Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
TAFEL XlilX. Ooer Maten en Gewigten , enz. 199
Dubbele Kan ,
Kan {Litre),
Halve Kan ,
Dubbel Maatje,
Maatje {Decilitre),
Half Maatje,
Dubbele Vingerhoed en
Vingerhoed (Centilitre),
waarvan de afmetingen en nadere omschrijvingen te vinden zijn in het
genoemde besluit van 22 Maart 1829, {Staatsblad n®. 5).
TAFEIi XlilX. Het nieuwe Nederlandsche Muntstelsel,
De opgaven van deze Tafel zijn naar het Jaarboekje voor 1827. De
eerste Ikolom bevat de soort en benaming van het, door de wet be-
paalde, nieuwe Muntstelsel; de verdere getallen der tafel worden door
de hoofden derzelve gemakkelijk verklaard. Het blijkt uit de Tafel, dat
één gulden 214 Azen Trooisch of 10,766 wigtje (gramme) zwaar is;
dat deszelfs gehalte of allooi 0,893 is, en dat de hoeveelheid fijn zilver ,
in eiken gulden aanwezig, gerekend kan worden op 200 Azen of9,613
wigtje (*); zonder hierbij eenige remedie in aanmerking te nemen.
Door remedie verstaat men eene kleine ruimte tusschen welke het ge-
halte en gewigt vervat mogen zijn.
De gulden is de eenheid van ons muntstelsel; de zilveren en koperen
munten als de 50, 25, 10, 5, 1 en J cent worden ook scheidenmunten
genaamd. Al de munten der Tafel noemt men ook stand penningen,
als zynde derzelver waarde door de wet bepaald. De wet erkent nog
negotie-penningen of zoodanige muntspeciën, die voor de kooplieden eu
andere inwoners des Ryks alleen geslagen worden, dezelve zyn
drie in getal te weten: 1° de gouden Dukaai ter waarde van f 5,50
(gehalte 0,983 en zwaarte 3",494); 2°. de zilveren Rijder of Dukaton
gesteld op de waarde van f 3,15 (gehalte 0,937 en zwaarte 32^,574),
en 3°. de zilveren Dukaat of Rijksdaalder ter waarde van f 2,50
("gehalte 0,868 en zwaarte 28^,078). Het Gouvernement doet deze mun-
ten niet voor deszelfs eigene rekening slaan , dezelve zijn ter onder-
scheiding van de stand-penningen gekarteld en niet gerand , en hebben,
daar zij aan rijzing of daling, of aan koers onderhevig kunnen zijn,
geene aanwyzing van derzelver waarde. Zie verder over de Munten,
1°. j. 11. VAW swiTfDEif, Verhandeling over volmaakte Maten en Gewigten,
II. d. bl. 453—486; en 2°. het bovengenoemde Jaarhoekje, bl. 99.
TAFEIi Ii. Herleidingstafelen van nieuwe Maten in
eenige oude en vreemde Maten, en omgekeerd.
Het gebruik, dat men van deze Tafel kan maken , is zeer uitgestrekt,
en als slechts een der vele Tafeltjes , waaruit deze Tafel bestaat, goed
begrepen is, kan men zonder de minste moeite at de overige toepassen
(*) In Maart 1839, heeft men bepaald, dat de nieuwe Gulden 10 wigljes, en het
gehalle 0,9'(5 zoude zijn, en bevat dezelve dus 9,450 w. fijn lilyer.