Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
188 Ferkl. van TAFEIj XLIV. Slerre- en uarclrijkskundiye opyaocn.
In het Tafeltje D vindt men eerstelijk de siderale en synodische
omloopen en vervolgens de wegen of ruimten, die dc planeten en de
maan in 10 dagen eu in 1 minuut tijds afleggen , en vervolgens de
siderale beweging van het perihelium en den klimmenden knoop. Als
dus eene Ign uit de zon, bijv., door Fenus, juist aan eene ster is, zoo
zal na ruim 224,7 dag, middelbaren-tijd, die lijn weder aan dezelfde
ster zijn. Na 116 dagen zal Mercurius zijnen synodischen omloop vol-
bragt hebben, of om dien tijd in oppositie of conjunctie komen.
De Tafeltjes E en F behooren onmiddellijk bg elkander; om derzel-
ver gebruik aan te tooncn , zullen wij de gemiddelde lengte van Jupiter
voor den IS"*'" Februarij 1837 door die Tafeltjes bepalen, alsmede die
van het perihelium, den klimmenden knoop en de helling van derzel-
ver loopbaan op de ecliptica.
Dit de Tafel heeft men voor Jupiter:
gemidd.lengte. perihelium. heil. der loopb.
1 Jan. 1801 . . lia" 12' 51',3 . . . . IP 8' 34" . . 98° 26' 18°,9 ... 1° 18' 51',3.
verandering:
ia 36 jarea + 13. 3. 55 ,1 . . + 0. 34. 3 ,1 + 0. 20. 35,1 . — 0. 0. 8,1
in 43 dagen + 3. 34. 28 ,4 . . + 0. 0. 6 ,7 + 0. 0. 4,0_0,0
128° 51' 14",8 11° 42' 43",8 98° 46'58',O P 18' 43",2.
Zijnde deze achfervolgens de gevraagde getallen.ivaarden voor den opgegeven dag en de
bepaalde planeet.
De planeten bewegen zich allen naar de orde der teekens van het
westen naar het oosten, en gaan steeds in hunnen weg voort. Daar
die beweging nu nagenoeg in eenen cirkel geschiedt, en wij , als aan-
schouwers, buiten het middelpunt van denzelven geplaatst zijn, zoo
komt het ons voor, alsof de planeten soms eene slingerende beweging
of verplaatsing hebben, of de planeten schijnen soms aanmerkelyk in
hunne vaart te verminderen, stil te staan, en zelfs terug te keeren.
De grootte en den duur dezer verschijnselen hebben wij, benevens den
afstand der zon bij het schijnbaar stilstaan, of stationnair zyn, der pla-
neten , in het Tafeltje G opgegeven.
In het Tafeltje 11 zijn eenige opgaven van de vier Satellieten van
Jupiter, die zich zoo als uit het Tafeltje zelve blijkt, zeer na in het
vlak van den equator van Jupiter bewegen. Om 1^,76914 of l** 18"
27" 34' verduistert telkens de 1® satelliet, even zoo kan men, door de
andere omloopstijden der 2° kolom de tijden van terugkeer der eclipsen
van dc drie overige satellieten bepalen. Alleen bij de 4° satelliet heeft
er bij elke omwenteling geene verduistering plaats, als namelijk de
satelliet door te verren afstand buiten dc schaduw der planeet omgaat.
Als de satelliet langs die zijde der planeet gaat, welke naar de zon
gekeerd is, zoo gaat dezelve voorby de planeet, cn de schaduw van de
satelliet wordt dan als een zich bewegende zwarte stip op de planeet
waargenomen.
Voor bet overige bevat Tafel XLIV eenige opgaven, die zich van
zelve gemakkelijk doen verklaren, cn waar bij wij nog slechts het vol-
gende zullen voegen :
De afplatting der aarde is het meerdere van dc as des c(|uatois boven
die der polen; de opgegevene afplatting is naar la i-lace cn volgens