Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
178 De Lengte door dü Satellieten tan Jupiter te vinden.
noemt men uitgang {Emersion), Dit in- en uitgaan, of het l)Cgin en
einde der eclips, heeft, voor alle punten der aarde, op hetzelfde
oogenblik plaats, cn geeft mitsdien , als men op eene reede is gelegen,
waar men met eenen goeden verrekijker aan den wal de waarnemingen
kan doen, gelegenheid tot het waarnemen der lengte. Op de bladz.
gemerkt met n®, XX van elke maand van den Engehchen Almanak ^
vindt men eene opgave, hoe laat het te Greenwich is als de genoemde
cclipsen voorvallen.
Als men nu, door eenen verrekijker van een zeer goed vermogen,
het oogenblik van de verduistering van eene der vier satellieten van
Jupiter op eenige plaats met juistheid waarneemt, heeft men gelegen-
heid, ten eerste, door den genoemden Almanak te bepalen: hoe laat
het naar den middelbaren tijd te Greenwich op dat oogenblik is ; en
ten tweede, kan men, door eenen Tijdmeter, waarvan bekend is,
hoe veel dat dezelve, bij het waarnemen der eclips, vóór of na is op
den middelbaren tijd van de plaats der waarneming, tevens op die
plaats dien tijd met alle juistheid opmaken : het verschil dezer twee
tijden is natuurlijk weder de lengte van de plaats, daar men de
waarneming doet.
Tot het juist waarnemen van eene eclips, bepale men voor de plaats
den tijd van het oogenblik der eclips ten naastenbij vooruit. Stel ter
opheldering, dat, als er eene eclips van ééne der satellieten voorvalt,
het dan volgens den Almanak 11" 4™ 5' te Greenwich zal zijn; men
vraagt, hoe laat het als dan op 45° lengte O, is?
Als de eclips voorvalt, is het te Greenwich . . 11^ 4" 5®
Ooster lengte in tijd........3. 0. O
14" 5*.
Het is dus tegen 14^^ 4"* of 2" 4" 's nachts, dat men zich op die
plaats ter waarneming gereed houdt. Meestal zal men zich bg deze
soort van waarnemingen van een goed geregeld seconden-horologie be-
dienen, dat men , met den Tijdmeter vergelijkt, waarvan , zoo als gezegd
is, bekend is, hoe veel dezelve op den lijd der plaats uöJr of «a is. Met
dezen tijd en de gegiste lengte bepaalt men dan het oogenblik der ver-
duistering naar den Tijdmeter. Stel, men is naar gissing op 30° lengte
oost: volgens den Almanak valt eene eclips voor te 10" 12*° 10»; men
vraagt, hoe laat die eclips, volgens eenen Tijdmeter, voorvalt, die,
op die plaats, tegen het oogenblik der waarneming, na is 8" 0"^ 53'?
Tijd der eclips te Greenwich, volgens den Almanak 10" 12™ 10'
de Tijdmeter is na...........8. 0. 53
tijd der eclips te Greenwichy volgens den Tijdmeter . 2" 11™ 17®
lengte-tijd...........2. 0. O
lijd der eclips op de plaats der waarn, volgens den Tijdm. 4" 11™ 17®;
als dus de Tgdmeter 4" 11™ 17® aanwijst, heeft men op die plaats het
oogenblik der eclips te wachten.
Nemen wij verder aan, dat men door den Verrekijker ziende , het juiste
oogenblik der verduistering waarneemt, en dat de Tgdmeter alstoen aan-
wees 4" 13™ 17'; men vraagt de lengte van de plaats der waarneming?