Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
164 De Lengte op zee door afstanden te vinden.
afstand te hebben, de schijnbare halve middellijn afgetrokken worden.
Door den berekenden of waren afstand wordt verder den juisten tijd
onder den eersten meridiaan bekend, voor welken men vervolgens de
declinatie, tijdvereffening, enz., berekent. Is eene der hoogten in eene
gunstige omstandigheid, dat is, nabij den eersten verticaal, en met
naauwkeurigheid waargenomen, zoo dat men door dezelve eenen goeden
of naauwkeurigen uurhoek kan verwachten, zoo berekent men door
haar en de declinatie den zonne-tijd aan boord, dien men vervolgens,
door het bijtellen of aftrekken der tijdvereffening, tot middelbaren tijd
herleidt; htt verschil tusschen dezen middelbaren tijd aan boord en
den middelharen tijd te Greenwich, verkregen door den afstand, is dan
de lengte van de plaats der waarneming; zijn echter de hoogten niet
veel tot het berekenen van eenen tijdboek te vertrouwen , zoo neme
men eene afzonderlijke hoogte vóór of na het meten van den afstand,
om daardoor met alle juistheid te kunnen bepalen, hoe veel de ge-
middelde lijd, bij het meten van den afstand op de plaats der waar-
neming, met den juisten middelbaren tijd verschilt.
De volgende voorbeelden zullen hier verder ter opheldering en tevens
ten algemeenen leiddraad der bewerking kunnen strekken, om, ilaarde
tegenwoordige inrigting der Almanakken, de lengte door afstanden der
meer gemelde hemelligchamen te vinden.
De Lengte te vinden door den afstand van zon en maan.
1 Voorb. Den 14^«° Junij 1834, wordt, te 4" 8"^ O''s namiddags, op
35° 57' O" N. breedte en naar gissing op 14® 49' O" ooster lengte van
Greenwich gevonden : Q' onderrands waargenomene hoogte 27° 8' 35",
Ê» hovenrands hoogte 54° 25' O" en voor den afstand van zon en maan
91° 26' 30", alle gemiddelde uitkomsten van onderscheidene hoogten en
afstanden. Hoogte van het oog 5 ellen (*); men vraagt de lengte van
de plaats der waarneming?
Bij de opgave van dit voorstel geene helling van de niiddellgnen bij den afstand
opgegeven zijnde, alsmede geen stand van Thermometer of Barometer, loo kan dus in
deze, te dien aanzien, geene toepassing van'daartoe bestemde Tafels gemaakt worden.