Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
Da Lengte op zee door afstanden te vinden» 163
Wij zuilen hier kortelijk drie formulen opgeven, door welke men,
met de nog te noemen gegevens, veelal den waren afstand berekent.
Als men den schijnbaren afstand a, den waren afstand a', de schgnbare
hoogte van de zon of van eene ster H en de ware hoogte H', de maans
schijnbare en ware hoogten h en h* noemt, zoo is:
1®. De formule van de borda :
Sin. \ a* ~ COS. ^ (H' + h') cos. G.
Dc waarde van G wordt door deze fornmle bepaald:
ry /cos. \ {n-\'h-{^a)cos. [^(H + A + g)—a] cos, h'cos.
y \ co*. H coj h )
^ =-c... i [k^ + h-J-
2®. De formule van kkafft :
Sin^ versus a! — sin. versus (H' — A") + sin, versus {a 4"/^)
» » (a — p) — [sin. vers. ((H — A) -J- j,)
+ » » ((H-A)-p)] (t).
Zie, ten aanzien der waarde van p, bladz, 153.
3®. De formule van de hartog en duwthokn :
Cos. a' — COS. CA' — H') — [cos. (A —H) — co*, a]
cos. W COS. h% , ,.
cos. H COS. h^* ^^
Ten einde nu door de afstanden der hemelligchamen de lengte te
bepalen: neme men, uit de tijden der Observatie, benevens uit die
der hoogten en der afstanden, de gemiddelde lijden, enz. Vervolgens
bepale men: den tijd van het oogenblik der waarneming te Greenwich
(bladz. 84), als mede de schijnbare en ware hoogten (bladz, 72, 76 en 87),
den schijnb. afstand der middelpunten van de waargenomene hemellig-
chamen, en door eene der gegevene formulen den waren afstand. Daar
de maan haar licht van de zon ontvangt , zoo is dus steeds de ver-
lichte zijde derzelve, naar de zon gekeerd; hetgeen ten gevolge heeft,
dat men bij zon en maan steeds den afstand meet tusschen de naaste
randen; om derhalve den schijnbaren afstand der middelpunten te hebben^
moet men, bij den gemeten naasten rands afstand, steeds de schijnbare
halve middellijnen van zon en maan voegen. Bij eenen maan- en sters-
of eene planeets-afstand kan de verlichte zijde der maan ook van de ster
of planeet gelegen zijn, hetgeen dan tot eenen versten rands-afstand
aanleiding geeft, en in dit geval moet, om den schijnbaren middelpunts-
C) VA.1 syivsii%n,*Verhandeling over de lengte, druk, § 309.
(t) VAM swiifDEN, § 328 en 328 b.
(tt) VAif swi^DEPT, § 313 en 86, als mede hel werk getiteld: Volledige verhandeling
t>vcr de berekening der lengte np ^ee , door h. bk haktog, 1793. bladz. 83,