Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
162 D» Lengte op zee door afstanden te vinden.
De Lengte te vinden door de afstanden van de hemelligchamen
is op zee eene hoogst gemakkelijiie berekening, en nog telkens neemt zg
iloor de meerdere verbetering der sterrekundige Jaarboeken en Tafelen
in naauwkeurigheid toe; deze handelwgze, met die des Tijdmeters
vereenigd, geeft den zeeman het voorireiï'elijkste middel aan de hand,
om te allen tijde de voor hem zoo gewigtige lengte te bepalen.
De hoekige afstand der maan met de zon, of met eene vaste ster,
of planeet verandert, vooral door de snelle beweging der maan, zijnde
deze dagelijks ruim 13°, zeer spoedig. Die hoekige afstanden, veelal
eenvoudig afstanden genaamd, kunnen voor bepaalde oogenblikken door
de bekende plaatsen dier hemelligchamen, of door derzelver lengte en
breedte , of door derzelver regte opklimming en declinatie berekend
worden. Onze Almanak tm dienste der zeelieden bevat dezelve van
3 tot 3" voor de maan met eenige andere hemelligchamen. De tijd ,
dien men in den Almanak bij de afstanden vindt, is tegenwoordig, en
wel na den Almanak voor den jare 1834, middelhare-tijd. De afstan-
den, die de Almanak opgeeft, veronderstellen den waarnemer in het
middelpunt der aarde, — of anders, hij doet de afstanden der hemel-
ligchamen kennen, zoo als men dezelve ontdaan van den invloed der
straalbuiging uit het middelpunt der aarde zoude zien: men noemt
dezelve ware afstanden, terwijl degenen, die men waarneemt, schijn-
hare afstanden genoemd worden. Het is nu door middel van twee
bolvormige driehoeken, dat men, den schijnbaren afstand benevens de
schgnbare en ware hoogten van twee hemelligchamen bekend hebbende,
den waren afstand ook voor ieder oogenblik kan berekenen. Als nu de
ware afstand, door genoemde termen gevonden, met alle naauwkeurigheid
bekend is, kan men denzelven met eenigen afstand uit den Almanak
vergelgken, en hierdoor alsdan den tijd, onder den eersten meridiaan,
met volkomene juistheid bepalen. Indien men op eene zekere plaats,
bijvoorb. , te 3" vindt, dat de afstand van twee hemelligchamen 80° is,
en men verder in den Almanak opgegeven vindt, dat, als die afstand
80® groot is, het dan onder den eersten meridiaan 9« is , zoo blijkt
het dus, dat de tijd van de plaats der waarneming 6° (=9°—3") ver-
schilt met dien van den eersten meridiaan, en dat derzelver wester
lengte derhalve 90® is.
Of men heeft:
9» tijd te Greenwich \ c . j oao
O 11 Hoen de atstand 80° was,
6 » aan boord }
verschil 6o, dat het aan boord vroeger is, en men mitsdien
zich westwaarts van den eersten meridiaan bevindt. Komt de be-
rekende ware afstand niet juist met eenen afstand uit het Jaarboek
overeen zoo als in het hier gestelde geval, dan kan men door eene
kleine tusschenvoeging, gelijk bij de verklaring der prop. logarith-
men, bladz. 158, is gebleken, gemakkelijk den middelbaren-tijd be-
palen, die de verkregene uitkomst of afstand tot wezenlijken afstand
zoude gehad hebben.