Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
140 Over het vinden der Lengte door Tijdmeters.
op te merken, dat men juist dien tijd door de aanwijzing der Tijdme-
ters erlangt, want het is immers op eenig oogenblik te hepalen, zoo
als uit het boven aangevoerde blijkbaar is, hoe veel een uurwerk op
eene plaats, waarvan men de lengte kent, vóór of na is? Heeft men
bij die kennis van deu stand of de stelling ook den gang hekend, zoo
kan men volgens dien Tijdmeter elk oogenblik daarna opmaken , hoe
laat het onder dien meridiaan of op die plaats is, daar men den stand
of de stelling van den Tijdmeter voor bepaald heeft.
De tijd op eene andere plaats kan ook gevonden worden door de
eclipsen en afstanden der hemelligchamen, hetgeen wij mede nader
kortelijk zullen doen zien. Bepalen wij ons echter eerst tot de vinding
der lengte door Tijdmeters of Chronometers.
De lengte door Tijdmeters te vinden
bestaat, even als het vinden der lengte in het algemeen, uit twee
deelen, en wel in het bepalen van den tgd, daar wij ons bevinden,
en den tijd op eene andere wel bekende plaats; het verschil dezer tijden
is de lengte van de plaats der waarneming ten opzigte van de plaats van
den anderen tijd. Men is op oostelijke lengte, als de tijd aan hoord
later, en daarentegen op westelijke lengte, als die tijd aan boord vroeger
is; beide tijden gerekend van het zelfde oogenblik. De tijd aan boord
wordt op de gewone wijze gevonden, en vervolgens tot middelharen - tijd
herleid; de tijd op de andere plaats of onder den eersten meridiaan
wordt hekend gekregen, zoo als bereids gezegd is, door den Tijdmeter.
Bij het nemen der hoogten, om den tijd aan boord te berekenen, worden
tevens de tijden van den Tijdmeter aangeteekend, of daarbij een waar-
neming s -horologie gebezigd, dat voor- en na de waarnemingen met den
Tijdmeter of de Tijdmeters wordt vergeleken, en dus de tijden van den
Tijdmeter bij de waarnemingen als doet kennen; uit de tijden, zoo wel
als uit de hoogten wordt een midden genomen; op den gemiddelden-tijd
des Tijdmeters wordt ten eerste toegepast, hetgeen de Tijdmeter vóór of
na was op een zeker vroeger tijdstip, en ten andere nog het verloop
sedert dien tijd, of, men past op de aanwijzing des Tijdmeters bij de
waarneming toe: den stand en het verloop, voortkomende uit den dage-
lijkschen gang. Heeft men bij eene vroegere waarneming den stand
bepaald ten aanzien van eene andere plaats dan Greenwich, zoo herleidt
men de stelling tot 0® lengte, of tot die van den eersten meridiaan.
Om het geheele verloop van eenen Tijdmeter sedert het laatst bepalen
van den stand op te maken, moet men het verloopene getal dagen
vermenigvuldigen met den dagelijkschen gang. Het verloop van dagen
wordt gemakkelijk gevonden door de 8"® kolom van de IF' bladz. van
elke maand des Almanaks ; men vindt aldaar eene opgave van de dagen
van het jaar na den middag van 1 Januarij. Het is daar door, dat men als
op het gezigt kan opmaken, hoe veel dagen er tusschen twee dagtceke-
ningen verloopen zijn. Bijv. de stand van eenen Tijdmeter is bepaald
op den Februarij 1845, men vraagt, lioe veel dagen en deelen der-
zelve er verloopen zullen zijn van dat tijdstip tot on den April 1845
te 6" 6™ ? J 1 1