Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
Z>t'/t tijd aan boord t* vinden. 125
Aanmerking. Indien men met naauwkeurigheid, en deze wordt toch
steeds hij de tijdsbepalingen vooral geëischt, eenen uurhoek wil bere-
kenen, zoo moet men, als de tijd, dien men door dc berekening
verkrygt, aanmerkelijk met den gestelden, of, zoo als men gemeenlijk
zegt, gegisten-tijd verschilt, den berekenden-tijd stellen in plaats van
den gegisten-tyd, en de geheele bewerking alsdan met dien tijd, en dus
met eene meer naauwkeurig te bepalen declinatie, enz., herhalen. Ook
dient men wel in acht te nemen of de declinatie en tijdvereffening
voor den zonne- of middelbaren-tijd in het jaarboek, dat men gebruikt,
worden opgegeven, ten einde men ook den gegisten-tijd, voor het
vinden der declinatie en tijdvereffening, of tot zonne- of tot middel-
baren-tijd lierleidt (*).
Daar de hoogten bij deze soort van waarnemingen veelal niet zeer
groot zgn, moet men, zoo dit mogelijk is, ook acht geven op de aan-
wijzingen van den Barometer en Thermometer, en vooral dan op deze
acht geven, als de drukking van den dampkring, of de temperatuur
veel verschillen van die, welke in het hoofd van Tafel XX genoemd
worden.
Wanneer men den zonne-tijd door de hoogte van eene ster, eene
i)laneet of de maan wil bepalen, zoo vindt men, den uurhoek bere-
gend hebbende, dien tijd door deze bekende formule:
Zonne-tijd = de regte opklimming van het hemelligchaam —
O' regte opklimming Jr den uurhoek.
De regte opklimmingen worden, zoo na mogelijk, voor het gestelde
oogenblik der waarneming bepaald; is de Q® regte opklimming grooter
dan de regte opklimming van de ster, de planeet of de maan, zoo moet
men de laatste met 24" vermeerderen; verder gebruikt men bij den
imrhoek het teeken als het hemelligchaam door den meridiaan is,
of zich aan de westzijde van denzelven bevindt, en het teeken —, als
hetzelve nog aan de oostzijde is. Of in het algemeen: men trekt deQ'
R. opklimming van die van het hemelligchaam, beide voor het oogenblik
der icaarneming berekend, de laatste wordt des benoodigd met 24" ver-
meerderd. Van het verschil wordt de uurhoek afgetrokken, als het hemel-
ligchaam beoosten den meridiaan is, en bijgeteld, als hetzelve aan de
tcestzijde of reeds door den meridiaan is. Het verschil der regte opklim-
mingen, dat men volgens den gegeven regel verkrijgt, is, ten naasten
bij, de tijd van doorgang van het hemelligchaam; is nu de gegiste-
tijd , welke men bij de waarneming heeft, vroeger dan deze doorgangs-
tgd, zoo is de ster of de maan nog niet door den meridiaan of nog
oostwaarts van denzelven; is daarentegen die tijd later, zoo is het
hemelligchaam westwaarts van den meridiaan.
2 Foorh. Den;21"»» Februarii 1834, op 22" 5' Z. breedte en 90" 42'
lengte oost, is omstreeks 10" 42™ O',O des avonds voor de gemiddelde
(*) Wij voor ons schiijvcn liever znnne- dau waren-tijd i noodzakelijk komt liet ons
echter voor den tyd der uurwerken middelbaren-tijd of middelharen zonne-tijd te noe-
men, en den naam van gemiddelden-tijd, ïoo als men dezelve weieens noemt, aan
dien tijd loc te kennen, die inderdaad een gemiddelde-lijd is: zoo als bijv. 8" de
gemiddelde.tijd is tusschen 7" cn 9",