Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
122 Den tijd aan boord te vinden.
De twee of drie zoo als onder andere voor Fenus op den IS*"'" Der.
1846, duiden aan, dat de planeet op dien dag, niet door den meridiaan
gaat. Daar de planeet-dagen somtijds korter zijn dan de zonne-dagen ,
zoo gaan de planeten somtijds op éénen zonne-dag tweemalen door
den meridiaan, zoo als, l)ijv. , op den Maart 1846, gaan-
de dezelve op dien dag te O" 1™,8 en te 23"55",1 door den meridiaan.
De doorgangs-tijd der Maan, bladz. II, zoo wel als die der vier pla-
neten, bladz. VII en VIII, zijn beide uitgedrukt in middelbaren-tijd,
en kunnen op de gewone wijze door de tijdvereffening tot waren-tijd
herleid worden.
d. De doorgang van Marcab kan gevonden worden door Tafel XXIX.
Eene meer uitvoerige en vollediger verklaring van den Almanak,
vindt men in de Verklaring van den Almanak ten dienste der Zeelieden;
een werkje waarvan de derde verbeterde uitgave in 1841, bij de Uit-
geefster van dit werk , is verschenen.
Den tijd aan boord te vinden.
Ilier toe kan men geraken , door het waarnemen van de meridiaans
doorgangen van eenig hemelligchaam door hulp van eenen meridiaan-
verrekijker, als ook door het berekenen van de schijnbare tijden van
de opkomst en den ondergang der hemelligchamen (bladz. 57); de eerste
dezer methode is voor den zeeman, bi] het gemis van eenen vasten
grond, voor het plaatsen van eenen meridiaan-verrekijker, van geen
nut; terwijl de tweede manier, bij bet onzekere der horizontale straal-
buiging, geenzins is aan te i aden. De voor den zeeman meest geschiktste
wijze , om den tijd te berekenen , bestaat in het vinden van den uur-
hoek, of het berekenen van eenen bolvormigen driehoek, door de ware
hoogte en declinatie van eenig hemclligchaam en de breedte van de
Iilaats der waarneming. De uurhoek of betere tijdhoek van eenig
lemelligchaam is de hoek, die gemaakt wordt door het meridiaan-vlak
en een vlak, dat men door het hemelligchaam en de pool kan veron-
derstellen , of het is de kortste of hoekige afstand van het hemel-
ligchaam tot den meridiaan. Bij de Zon geeft die hoek den tijd te
kennen, die de Zon nog van den meridiaan is, als de waarneming voor
den middag is geschied, terwijl die tijd, hij eene namiddags-waarne-
ming, aantoont, hoeveel tijd de Zon reeds door den meridiaan is.
Wil men dien tijdhoek door eene hoogte van eene ster of de Maan
bepalen, zoo moet men ook de regte opklimming der Zon, zoo wel als
die van het andere hemelligchaam kennen, zoo als nader zal blgken.
Ten einde nu den tijdhoek, dien wij met het algemeen uurhoek zviWen
blijven noemen, te berekenen, neme men op eene plaats, waarvan de
breedle bekend is, eenige hoogten en hier uit eene gemiddelde hoogte;
bij elk dezer hoogten worden de tijden van het uurwerk, dat men bij
de waarnemingen gebruikt, aangeteekend, en ook hieruit eenen ge-
middelden tgd genomen; voor het overeenstemmende oogenblik op
Greenwich van de gemiddelde hoogte, die men tot de ware hoogte (H.)
herleidt, berekent men de declinatie («?.) en door deze den pools-afstand
(D); de breedte door br. en den uurhoek door U. voorstellende, heb-
ben wij de volgende, veel in gehruik zijnde, formulen , als:
1°. . . Sin. iü. = w é (H- + ^'r. +D) sin, j (br.+D-TL)
cos. br. sin. D