Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
114 Ferkl, »a« TAFEL. XXXII. F^ereffen, voor »extanls waarnemingen.
goeden staat lieeft gebragt, en verder den wijzer op nul heeft vastge-
steld , draai dan den verrekijker om, waarvan men den afstand der
diaden wil onderzoeken, tot dat die draden loodlijnig opliet vlak van
iiet instrument zgn; rigt hetzelve in eenen vertiealen stand op de kim,
tot dat de kim en de bovenste draad in elkander vallen; houd den
sextant in die rigting, en breng, door den wijzer te draaijen, de terug
gekaatste kim in den ondersten draad: de hoeveelheid der verzetting
van den wijzer, geeft dan op den boog den gezoehten afstand der dra-
den te kennen.
2°. Door middel van den afstand en den waargenomen hoek, hepaalt
men uit de Tafel, naar aanleiding van het volgende ontwikkelde voor-
beeld, eene verbetering, die men steeds aftrekt van den gemeten hoek.
Foorh. Stel, dat de draden 90' van elkander staan, cn dat men eenen
afstand van 85° 20' meet, op een derde van den eenen draad, en dus
op I van den anderen. Het blijkt derhalve, dat de aanraking heeft plaats
gehad op den afstand van van 90' = 30' van eenen draad, en van
<len anderen op eenen afstand van | van 90'= 60'; de aanraking moest
evenwel plaats hebben op 45', zijnde de helft van den afstand der dra-
den, die men veronder.stelt, dat goed gesteld zijn, zoodat de behoor-
lijke aanraking in het midden derzelve moet voorvallen. Er heeft der-
halve een verschil plaats van 60' — 45' = 45' — 30' = 15'; noemen
wij dit verschil van 15': afwijking.
Wij hebben nu, den gemeten afstand . . . = 85° 20' O"
de Tafel geeft voor 15' afwijking en 85° gemeten
hoek of boog....................4
en derhalve is de eigenlgke afstand.....85° 19'56".
TAFEIi XXXIII. Verbetering, als de oppervlakten van
den grooten Spiegel onderling eenen hoek maken van 1'.
Om te onderzoeken of de oppervlakten van den grooten Spiegel van
eenen sextant, Borda-cirkel, enz., evenwijdig zijn, neme men eenige
hoekige afstanden van twee vaste voorwerpen , die eenen grooten stom-
pen hoek, bijv. van 120°, maken. Bij elke meting zorge men, dat
de aanraking in het midden van den verrekijker voorvalt. Laat nu ,
met deze voorzorgen, de som van, bijv., tien metingen 1221° 10' zijn,
1221° 10'
zoo is dc gemiddelde hoek " ^^-- =122° 7'. De groote Spiegel wordt
vervolgens omgezet, d. i. de bovenzijde van den Spiegel wordt op het
vlak van het werktuig gebragt, en de metingen op dezelfde voorwer-
pen van hetzelfde standpunt in gelijke getallen herhaald; indien de
10910 20'
som dan 1221° 20' is, zoo is de gemiddelde hoek - = 122° 8'.
De eerste stand van den Spiegel gaf.....122° 7'
de tweede geeft ..........122.8
Het halve verschil is de verbetering; in den eersten stand schiet de