Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ooer het vinden der Breedte op Zee, 113
1". Bepaal den half verloopen-tijd; neem de lo(j. sec, van denzelven
en tel hier bij de log. tang. van de declin., zoek deze som in de log,
tang. en noem den boog D.
2®. Bij de log. sec. van den verloopen-tijd voegt men de log. sec. der
declinatie, de log. cosin. 1) «n de log. sin. der zons hoogte; verminder de
som met 30, cn bepaal van deze som, in de log, cosinus, den boog T.
3°. De som of het verschil van D en T is de breedte; moet men
de som nemen, zoo is de breedte gelijknamig met de declinatie, hij het
verschil is dezelve mede gelijknamig met de declinatie, als D het grootst
is, en ongelijknamig als dezelve het kleinst is.
Zijn de lioogten niet volkomen gelijk en verschillen zij 2 of 3", zoo
neme men eenC gemiddelde waarde; stel de hoogten 30" en 32", zoo
zoude men 31", zoo als re«ds op hladz. 44 gezegd is, als de gelijke
hoogten aannemen.
6 Foorb. Men is op omstreeks GO» N. breedte ; te 11" 30" vindt
men voor ware hoogte 46" 37' en te O" 30™ weder voor ware hoogte
46" 37'; de declinatie 17° N. stellende, vraagt men de breedte?
Log. sec. | verloopen-tijd O" 30™= 0,0037314 log. sec. 10,0037314
» tang. declin. 17" O' = 9,4853390 » » 10,0194037
getalT)=\l°Wil"door delog. tang. van 9,4890704 » cos. 9,9802750
log. sin. ware hoogte 46° 37'..........9,8613997
9,8648098
cos. van 42» 54' 12" = T
17. 8. 17. = D
de som 60° 2' 29" geeft de ge-
zochte N. breedte.
Over het vinden der breedte door twee hoogten naar de methode van
HAZEWI3NKEL, zic de Verklaring van Tafel LVI.
6°. De Breedte door de poolstershoogte te vinden. Deze methode
is opgehelderd bij de Verklaring van Tafel XXVII.
TAFEL XXXII. Verbetering voor de afwijking van het
vlak, waarin men de aanraking der hemelligchamen
in den octant of sextant waarneemt,
In het meten vau den afstand met eenen octant, sextant, enz. is
het een bekend vereischte , dat de aani-aking der beelden geschiedt in
het midden van den verrekijker, of op gelijke afstanden tusschen de
twee draden; al de hoeken , waarvan de aanraking der beelden buiten
dit midden voorvallen, zijn iets te groot. Om nu eene aanraking,
buiten het middelpunt van den verrekijker, te verbeteren, neme men
het volgende in acht:
1°. Men merke op, of de lijn van het punt van aanraking juist tus-
schen de twee, in den verrekijker geplaatste, draden invalt, of anders
bepale men zoo na mogelgk die lijn. Verder bepale men den afstand
der draden , die men aldus kan vinden : Stel, dat het werktuig be-
hoorlijk is nagezien en men hetzelve, zoo veel mogelijk, in eenen
15