Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
112 Oüer het vinden van de Breedie op Zee.
5°. Bij de loy. fin. der declinatie voege men log. sec. A, de torn wordt
in de log. sin. opgezocht, en voor deze de log. cosin. genomen.
6°. Neem de som der heide log. cosinussen in 4° en 5" gevonden met
de log. cosin. C, verminder het character met 25, beschouw de som als
een' gewonen log., hepaal van denzelven het getal, en noem dit T.
1". Tel te zamen: de beide log. sinussen, waarvan in n°. ^ en b de
log. cosinussen genomen zijn, benevens de log. cosin. ^ V, B genoemd,
het character weder met 25 verminderende. Bepaal ook van deze som,
in de gewone logarithmen, het getal D.
8°. De som of het verschil van T ew D is de sinus der breedte;
neemt men de som, zoo is de breedte met de declinatie gelijknamig,
moet men echter het verschil nemen, zoo is de breedte gelijknamig met
de declin. als D het grootst is, en ongelijknamig, als deze boog het
kleinst is. Of men de som of het verschil moet nemen, kan men altijd
onmiddellijk uit de gegiste breedte afleiden.
5 Foorh. Omstreeks de 40 of 50° N. breedte, wordt te 0° 29® 20%
voor zons ware hoogte gevonden 46° 37' en te 4"24® is dezelve 26°33';
als nu de declinatie 17° N. is, vraagt men de Breedte van de plaats
dezer waarnemingen?
Hoogte 46° 37'
» 26. 33
som 73° 10' en 36° 35'= | S.
verschil 20° 4' en 10. 2 = ^ V.
Log. cosec. ^ verl. tijd 1"57™20' = 0,3099017
'» sec. declinatie 17° O' 0"= 0,0194037
» c.osec.
» sin. ^ V.
» sin.
)) sin. J S.
sec. A
« sin. dec. .
0,3293054 log. sec. 0,0538068 (A )
10. 2. O = 9,2411007 » cos. 9,9933068 (B)
9,5704061 log. cos. 9,9616192 (C)
36. 35. O = 9,7752399> .
+ tó,0538068(^
17. 0. O =^9,4659353
sin. i S. + log. sec. A of ijc 9,8290467 log. cos. 9,8681646
sin. dec. -h » » A of + 9,5197421 » » 9,9748125
» COS. B.....= 9,9933068 4,8106563%.
4,3420956 log. »a»64663=T
van D . . . . = 21984
getal T . . . . = 64663
86647 is de sin. (Taf.V.) van 60°3',
zijnde de Noorder Breeedte van de plaats der waarnemingen.
Even als in de methode van doüWes , pag. 44, wordt ook in die van
EANGMA. de berekening zeer bekort, als de hoogten voor- en na- den
middag gelgk of nagenoeg gelgk zgn, in het laatste geval neme men
een midden uit de hoogten, en de regel wordt dan volgens bangma: