Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
Oiycr het vinden van da Brcedu op Zte, 107
der waarnemiiifj is voor de Zon de ware middag; daar nu tcf;en\voordijr
de Zons declinatie in den Nederlandschen Zeemans bnanaky niet voor
den zonne- of waren, maar voorden middelbaren-middag, voor Grem-
%cich, wordt opgegeven, zoo moet het oogenblik van den waren middag
door de tijdvereffening tot middelbaren-lijd herleid worden , waarvoor
dan vervolgens de declinatie der Zon bepaald kan worden.
Door de w-ire hoogte van 90® af te trekken, heeft ïTien lot rest den
afstand van het toppunt tot het hemelligchaam. Indien de %caarnemer
ziek bezuiden de Zon bevindt, is de toppunts-afstand zuid^ daar-
entegen is die afstand noord, als de waarnemer noord van de Zon is,
of van eenig hemelligchaam, In het algemeen heeft men nu voor eene
boven meridiaans hoogte vau eenig hemelligchaam, als de declinatie en
de toppunts-afstand beide gelijknamig zijn^ is de som de breedte;
zijn dezelve ongelijknamig, is het verschil de hreedte; in beiden is
de breedte altijd gelijknamig met het grootste getal.
1 Foorb. Den January, 1837, wordt op 32«^ 4' lengte west, voor
zons onderrands hoogte inliet zuiden in den meridiaan gevonden62® 11'21'',
terwijl het oog 4,2 el boven het water verheven is; vrage naar de
breedte van de plaats der waarneming?
Opgaven uit den Almanak voor 1837 den lö^en Januatij , te 0« Middelb. tijd.
Tijdvcreffening, bijtellende bij den wareTi-tijd, 10™ 9s
verandering in lu.....— 0,831.
G' Dc'clinatie, zuidelijke.....20° 55'23", 3,
verandering in 1« «••••• — 29 ,29.
O» I Middellijn ...... 16. 16 , 7.
Oplossing.
Den te O" O"» O» zonne-tijd
lengte in tijd 2. 8. 16
2" 8"" 16', zijnde de zonne-tijd te Greenwich op hel
oogenblik der waarneming. In den Almanak is de tijdverefiening,
10°^ 9% 84 bijtellende bij den waren tijd zijnde voor het oogenblik van
den middag genomen, dat hier genoegzaam naauwkeurig is; dus
is de middelbare-tijd op het oogenblik der waarneming te Greenwich
2u 16» -f- lO"^ 9% 84 of 18'^» 26^ of nagenoeg 2",31. Het is voor
dezen tijd, dat de declinatie, door den Almanak, berekend wordt.
Zoo men met volstrekte naauwkeurigheid de berekening wilde bewer-
ken , zoude men eigenlijk de tijdvereffening voor het oogenblik der
waarneming moeten berekenen, en daar door dan het juiste oogenblik
der waarneming in middelbaren-tijd moeten bepalen. Verder heeft men:
O' geschotene onderrands hoogte .... 62® 11' 21''
» ^ middellijn......-j- 16' J6",7> r 19 00 7
kimduiking uit Tafel XVII . . — 3.38 '
O» schijnbare middelpuntshoogte .... 62® 23' 59^^,7
voor 62®,4^straalb. Tafel XX, —O' 30'',5)
hoogte )verschilz. » XXI,+ 0. 4 ,1 ^
— 26 ,4
O' ware middelpuntshoogtc..... 62® 23' 33'',3