Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ferkl van TAFEIiXXXI A. Eenegetch. hoogte totmiddaggh. te herl 103
dat de doorgang van de gegevene ster, volgens Tafel XXIX , vooraf be-
paald dient te worden; de Tafel geeft bij eene ster den afstand derzelve
van den meridiaan te kennen; liet verscliil van doorgang. Tafel XXIX,
en uurhoek , Tafel XXX, geeft alsdan den tijd van de sters komst in
het oosten , en de som , derzelver komst in het westen.
TAFEIi XXXI en XXXI A. Rijzing of daling der Zon
in de eerste minuut vóór of na den middag.
In den tegenvvoordigen staat van vordering der zeevaartkunde, en bij
het meer algemeen toenemend gebruik der Tiidmeters, kan meestal de
tijd aan boord als bekend aangenomen worden. liet gebeurt wel eens,
dat men de meridiaans hoogte van eenig hemelligchaam niet kan
krijgen, ofsclioon men zeer na kan bepalen, hoe veel in tijd, eene
zeer nabij den meridiaan genomene hoogte , van den tijd van doorgang
verwijderd is; noemen wij dezen tijd, vóór- of na den middag,
tugfchentijd. Het valt verder, zoo als nader zal blijken, niet moeije-
lijk te berekenen, hoe veel een hemelligchaam, nabij den meridiaan,
in ééne minuut tijds in hoogte verandert; deze verandering wordt
vermenigvuldigd met het vierkant des tusschen-tijds; dit product ge-
voegd bij de ware hoogte , verkregen door de nabij den meridiaan ge-
nomene hoogte , zoo geeft de som de meridiaans ware hoogte.
Tafel XXXI bevat de veranderingen, die er in de hoogten voorval-
len, in ééne minuut tusschen-tijd, vóór of na de Zons middags hoogte ,
voor eene met 2° toenemende breedte en declinatie , als deze gelijknamig
zijn, j^ebruikt men bl.214, en bij ongelijknamige breedte en declinatie
bl.215; voor tusschen invallende breedten en declinatiën, wordt, zoo
na mogelijk, het gevraagde door evenredige gedeelten bepaald.
Ten aanzien van het gebruik dezer Tafels heeft men dan in het
algemeen : neem volgens de gegiste breedte en declinatie uit Tafel XXXI
een getal en vermenigvuldig hetzelve met het vierkant van den tusschen-
tijd, dat ook onmiddellijk uit Tafel XXXI A genomen kan worden, het
product wordt bij de Zons ware hoogte gevoegd, en de som geeft alsdan
de middags ware hoogte, waardoor vervolgens op de gewone wijze (zie
pag. 107) de middags breedte bepaald wordt.
1 Foorb. Laat de gegiste breedte 44° O' N. en de N. declinatie 14° O'
voor het oogenblik van den waren middag op de plaats der waarneming
zijn. Als nu, volgens naauwkeurige waarnemingen, 2"" 30' van den
waren middag, de Zons hoogte nagenoeg in het zuiden 59° 44' 22'' be-
vonden wordt; de hoogte van het oog 4 ellen zijnde, vraagt men naar
de meridiaans hoogte en de breedte van de plaats der waarneming?
Wij wiüen vooraf aanmerken, dat de breedte en declinatie in het
gegevene voorb. gelijknamig zijn; pag. 214 van de Tafel wordt mitsdien
genomen, en voor 44° breedte en 14° declinatie vindt men voor ééne
minuut, van den middag 2",7 als vereffening, die men vervolgens met
het vierkant van den tijd, die het hemelligchaam reeds dóór of nog
vau den meridiaan is , vermenigvuldigt. Het op deze wijze te ver-
krijgen product wordt eindelijk opgeteld bij de ware middelpunts
hoogte der Zon, en de som is , gelgk gezegd is, de middags hoogte
der Zon.