Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
Verklaring van TAFEl» XXIX. fFare tijd van doorgang. 101
Voorb. Op welke tijden zal de Poolster, op 65® gegiste N. breedte,
den 8'"" Julij 1846, in den boven en beneden meridiaan komen, en
welke zullen de hoogten zijn, op beide deze tijden, van den ge-
noemden 8'»='" Julij?
Den 6''°° Julij gaat de Poolster door den meridiaan te 17" 54" zonne-tijd
4x2 (dagen na den 6'^»'' Julij).....8
de ster gaat door den boven meridiaan te . . 17" 46",
de helft van een' omloops-tijd der ster is . . 11.58
en te 29" 44" namidd.
van den 8®'°°, of met 24" verminderd, te 5" 44" na den middag van
den 9''°", gaat de ster door den beneden meridiaan.
De declinatie der Poolster is den 8®'"" Julij 1846, volgens
Tafel XXVIII, die hier genoegzame naauwkeurigheid geeft, 88°29' N.
90.
het complement der declinatie, of de pools afstand, is dus 1° 31'
de breedte is...........65. O
dus de hoogte der Poolster is
in den boven meridiaan . 66° 31'
en in den beneden meridiaan 63.29.
De Tafel is ontleend uit: noirk, epitome of Practical navigation.
TAFEIi XXX. TJurhoék eener Ster, henevens hare hoogte^
als zij door den eersten Topboog, of het ware oosten
of westen, gaat.
Deze Tafel bevat, zoo als de titel aanwijst, den uurhoek of den af-
stand van den meridiaan en de hoogte der hemelligchamen, als zy zich
in het oosten en westen, of in den eersten topboog, of verticaal be-
vinden. A.ls de hemelligchamen op dien tijd slechts zoo ver boven den
horizon zijn, dat eene onregelmatige straalbuiging geene onnaauw-
keurigheid veroorzaken kan, zijn dezelve het best geschikt voor de
waarnemingen der tijdsbepalingen. Deze Tafel geeft derhalve, als
men de breedte en declinatie weet, nagenoeg den zonne- of waren tijd
te kennen, op welken men zich gereed moet houden , om eenige zeer
geschikte hoogten waar te nemen, ten einde daaruit den tijd te be-
sluiten. Ook de hoogte, die het hemelligcliaam op dien tijd moet
hebben , kan ten naasten bij door behulp der Tafel bepaald worden.
1 Voorb. Op 30° N. breedte zijnde, cn de zon 15° N. declinatie
hebbende , vraagt men, hoe laat de Zon in den eersten verticaal zal
zgn, en welke hoogte, zij alsdan zal hebben?
Naast 30° vindt men onder 15° declinatie 4" 9" voor den uurhoek
en 31° 10' voor de hoogte; dit geeft te kennen, dat men te 4"9" voor-
of na den middag, de Zon nagenoeg in den eersten verticaal zal vin-
den. En verder blgkt het uit de Tafel, dat rle Zon alsdan 31° 10' ware
hoogte zal hebben; deze wordt tot onderrands hoogte herleid, cu op
die hoogte de wijzer van den sex- of octant gesteld.