Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
06 Ferkl. van TAFEL. XXVII. Breedte door de Poohter te vinden.
hevinden; Tafel XXVII bevat de grootte van het boogje, dat de ster
boven of beneden de pool, in betrekking tot den horizon, verheven is.
Stellen wij , voor een oogenblik, dat zieh de Poolster juist in de
pool bevond, zoo zoude de ware hoogte der ster, ook tevens de hoog-
te der pool, of de breedte van de plaats der waarneming zijn. De
genoemde ster bevindt zich echter niet in de pool, maar, zoo als
uit Tafel XXVIII blijkt, zeer nabij dezelve, en Tafel XXVII geeft,
onder den naam van grootheden, de grootte van het zoo even genoemde
hoogje te kennen, zijnde dit tevens de hoeveelheid waarmede men eene
ware hoogte der Poolster moet vermeerderen of verminderen , om door de
hoogte dezer ster de hreedte te vinden van de plaats der waarneming.
Deze verbeteringen worden door hulp van de regte opklimming van
den meridiaan uit de Tafel bepaald. De regte opklimming van den meri-
diaan is gelijk aan de som der zons regte opklimming {uit den Almanak
of uit de bijgevoegde Tafel onder N°. LVIII,) en den tijd van het oogen-
blik van het meten der hoogte van de ster; zoo de som 24" te boven gaat,
wordt dezelve met 24" verminderd. Is de ster bg eene waarneming of
het meten van derzelver hoogte boven de pool, zoo is het duidelijk,
dat men de ware sters hoogte met het genoemde boogje moet vermin-
deren , integendeel, beneden de pool zynde, met hetzelve moet ver-
meerderen.
Het is in de Tafel zelve, dat men te dien aanzien vindt opgegeven
of men de grootheden derzelve moet optellen of moet aftrekken, bg
of van de ware stershoogte.
De Tafel veronderstelt, als het ware, dat de waarnemer zich onder
de linie bevindt; is men nu meer of min van dezelve verwgderd, zoo
is de breedte, die men door de Tafel verkrijgt, iets te klein. Tafel
XXVII A bevat de verbeteringen, die men te dien aanzien bij de door
deze Tafel verkregene breedte moet tellen. Wij willen het gebruik en de
zamenstelling dezer Tafelen bg de verklaring van de volgende meer be-
paaldelijk doen kennen.
TAFEIi XXTIIA. Verbeteringen toe te brengen aan
de hreedte door Tafel XXVII.
Zoo als wg boven opmerkten zgn de vereffeningen van Tafel XXVII
berekend als voor 0° breedte; door deze Tafel, kunnen de vereffe-
ningen ook tot de andere bieedten herleid worden. De Tafel heeft
de berekende breedte en regte opklimming van den meridiaan tot
ingangen en de vereffeningen, die door dezelve verkregen worden, telt
men steeds bij de berekende breedte.
De volgende voorbeelden zullen het gebruik dezer Tafelen nader
ophelderen.
1 Foorh. Den Julij 1843, te 10" 12", wordt gevonden voor de
geschotene hoogte der Poolster 55" 3'; als nu het oog 23 R. voeten
hoven de oppervlakte der zee verheven is, vraagt men de breedte van
de plaats der waarneming?
Zons regte opklimming Tafel . . 7" 44» (Tafel LVIII.)
tgd der waarneming . . . 10. 12
meridiaans regte opklimming . ' . 17" 56 of 18".