Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
Om den tijd onder den eersten Meridiaan te vinden, 87
5 Foorh. Stelle, men is op 343" 40' lengte oost van Greenwich, en
<le tijd aan booid is 10''54™ 40' 's morgens van den 9'^°'' of 22" 54™ 40*
na jniddag van den 8"""; vraag als voren?
Is men nu op deze lengte, om de oost gekomen, zoo zal men de
vraag op de gewone wijze oplossen; was men daarentegen op genoemde
lengte om de west gekomen, zoo moest die 343° 40'van 360°afgetrokken
worden, de rest is dan lengte west om de west, en liet antw. is in
dien zin mede één' dag vroeger rekenende :
Den te......22" 54» 40»
lengte in tijd voor (360° — 343° 40') 16° 20' = 1. 5. 20 west ,
liet antwoord is dus....... 24" O™ O' namid-
dag van den 7^®°, of liet is te Greenwich den 8'""* te O".
Op deze wijze kan er dus steeds met volkomene juistheid hepaald
worden , hoe laat het op hel oogenhlik van eene waarneming onder
den eersten Meridiaan is; met den tijd onder dien meridiaan en
onzen Zeemans Almanak kan men nu verder voor elk tijdstip de
declinatie, regte opklimming, tijd vereffening, enz., door liet bere-
kenen en toepassen van een evenredig deel gemakkelijk bepalen.
Maans schijnbare en ware hoogte.
Zal de formule (A) (p. 73) ook voor eene Maans-hoogte dienen, zoo
moeten de termen halve middellijn en verschilzigt zeer naauwkeurig
voor het oogenblik der waarneming berekend worden. Te dien einde
bepale men dan :
1°. Met den tijd der waarneming en den lengte-tijd het overeen-
stemmend oogenblik der waarneming onder den meridiaan , voor wel-
ken de Almanak berekend is. Voor dit oogenblik, of den tgd onder den
eersten meridiaan, berekene men de Maans halve middellijn, pag. 77,
en, door toepassing van Tafel XXII en XXIV, ook de schijnbare halve
middellijn, en vervolgens het verschilzigt. ^
2°. Vermindere men de geschotene hoogte met de kimduiking (Tafel
XVII); daarna worde de schijnbare halve middellijn bijgeteld of afge-
trokken : dit geeft voor de. som of het verschil de Maans sciiijnbare
middelpunts hoogte; eindelijk bepale men
3°. De straalbuiging door Tafel XX voor de schijnbare middelpunts
hoogte. Het horizontale verschilzigt wordt uit den Almanak voor het
overeenstemmend oogenblik op Greenwich (pag. 84), en het verschil-
zigt in hoogte mede voor de se ignbare middelpunts hoogte, berekend,
of men bediene zich in ééns van Tafel XXV. — Vraagt men alleen
de ware middelpunts hoogte, door de onderrands hoogte te vinden,
zoo moet men, de horizontale halve middellijn toepassende, de ver-
effening verschilzigt min de straalbuiging alleen voor de schijnbare
rands hoogte bepalen. Heeft men bij het meten der Maans-hoogte ook
tevens de hoogte van den Barometer en Thermometer waargenomen ,
zoo wordt de middelbare straalbuiging van Tufel XX door Tafel XX A
of Tafels LI en LH, tot de ware straalbuiging herleid.
De ontwikkeling van het volgende voorbeeld kan hier tot nadere
opheldering strekken.
1 Foorb. Op 5,8 el (of 18 R. voeten en 6 duimen) boven het opper-