Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
86 Om den tijd onder den eersten Meridiaan te vinden ^
men om de oost gekomen is, moet men de lengte in tijd aftrekken , lot
dat einde moet men de 6" met 24" vermeerderen en men heeft dus:
1843 den December te 30" min 14".
4 Voorh, Men vraagt hoe laat het onder den eersten meridiaan is ,
als er op 120'' wester lengte, den 1®*®" Januarij 1843 's morgens te
9" 11™ eene waarneming gedaan wordt?
Den Januarij 1843, 's morgens te 9" 11™ (burgerlijke telling),
of 1842 den December te . . 21. 11 (sterrekundige telling),
wester lengte in tijd. Tafel XII, . 8. O
29" 11™ na den middag van
den 31®'®° December 1842, of 5" 11™ na den middag van den Janu-
arij 1843, welk tijdstip ook nagenoeg overeen komt met den l®**-'" te
5",183, als men namelijk de 11™ tot decimale deelen van wrcn herleidt.
Om het overeenstemmende oogenblik op Greenwich, of den tijd onder
den eersten meridiaan, te vinden, moet men ook acht geven of men op
ooster lengte om de oost, of wester lengte om de west gekoynen is ^ iets dat
altyd gesteld wordt, als men het tegenovergestelde niet bepaalt. Stelle,
dnt men om de oost gezeild ware, en men zich, op den Maart,
op den middag, op 181° 3' lengte oost bevond, en deze tot lengte
west, om de west wilde herleiden, zoo is het duidelijk, dat men, op
de wester lengte om de west, nog geen 6 Maart zoude tellen, want
om den tgd, naar de ooster telling, onder den eersten Meridiaan te
hebben, moet men den tyd op de plaats met den lengte-tijd verminde-
ren, van daar nu, als men de gegevene lengte ooster tot wester lengte
herleidt, dat men de dagteekening ook eenen dag vroeger moest stel-
len, en dus is het om het even of men zegt: den Maart te O", op
181°3'lengte oost, of den Maart te O", op 178^57'(=360°—181°30
lengte west. Is men derhalve om de oost gekomen, en herleidt men
de lengte tot wester lengte, zoo neemt men den INTaart nog eens,
cn men rekent dus één' dag vroeger. Beide deze lengten geven alsdan
den zelfden tgd onder den eersten Meridiaan y zoo als uit de volgende
ontwikkelde voorbeelden zal blijken:
178° 57'= 11" 55™ 48® en 360° — 178°57'= 181°3'= 12" 12®.
Den 6<leu Maart te O" O» Den 5'ien Maart te • . O" Om 0»
lengte tyd oostwaarts 13. 4* lengte tijd westwaarts 11.55.48
ix^d. it Greenwich . . . Ilu55°i48®* ü^A it Greenwich . « /{Su
Beide geven, zoo als noodwendig behoorde, denzelfden tijd voor den
eersten Meridiaan y of 11" 55™ 48® na den middag van den 5"^®° Maart.
Is men, daarentegen, om de west gezeild, en telt men 178° 57'
lengte west, op den Maart, zoo moet men , als deze lengte, tot
ooster lengte om de oost, herleid moet worden, na de aftrekking der
gegevene lengte van 360°, ook eenen dag later tellen, bij voorbeeld:
Den S^en Maart te O" 0™ O» Den Maart te . . 0« Om 0«
lengte west om de west 11.55. 48 lengte oost, oostwaarts , 12. 4. 12
tijd onder den 1'ien merid. Uo55°'48'. tyd onder den merid. Ha55™48s.
Beide uitkomsten geven weder denzelfden lijd na den middag van
den Maart.