Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
Om den tijd onder den eersten Meridiaan te vinden. 8»
of de lengte-tijd grooter dan de tijd, zoo voege men bij den laatsien 24",
en men verkrijgt, na de aftrekking, tijd na den middag van den voor-
gaanden dag; heeft men voor de som meer dan 24" verkregen, zoo ver-
mindere men dezelve met 24", de rest is dan tijd na den middag van
den volgenden dag; heeft men meer dan 12", zoo verkrijgt men des be-
geerende tijd na middernacht, door er 12" af te trekken.
Heeft men een' Tijdmeter, welks aanwgzing naar Greemcich is, zoo
heeft men door denzelven het overeenstemmende oogenblik onmiddellijk:
als men op deszelfs tijd, hij de waarneming, het geheele verloop
toepast, zijnde dit verloop gelijk aan eene zamenvoeging van de stel-
ling en het verloop in gang sedeit het hepalen van de stelling van
den Tijdmeter.
Gebruikt men nu, zoo als gezegd is, onzen Zeemans Almanak, of
den Nautical Altnanac, beide berekend voor den meridiaan van Green-
wich, zoo herleidt men dan steeds den tijd tot dien meridiaan, gaande
over den grooten meridiaan-verrekijker van het koninklijke observa-
torium van die plaats; voor de Connaissance des tems wordt de tijd tot
den meridiaan van het observatorium van Parijs gebragt, enz.
De volgende voorbeelden zullen deze, voor den zeeman zoo belang-
rgke herleidingen, nader ophelderen.
1 Foorb. Als men den 13'^®" van eenige maand, op 30° lengte oost,
aan boord 4" rekent na den middag, hoe laat zal het dan, op dat
zelfde oogenblik, onder den eersten meridiaan zgn, of welke zal het
overeenstemmende oogenblik op Greenwich zijn?
Den te ... . 4" O®
lengte-tijd. Tafel XH, . . 2. O oost
20 O®;
de oostelgke lengte van den tijd afgetrokken , geeft 2" tot antwoord :
of, als het op 30° lengte oost 4" is, is het onder den eersten meridiaan
2" na den middag van den 13^°",
2 Foorb. Als den 13'^"', te 4", op 300° lengte oost van Greenwich,
eene waarneming gedaan wordt, vraagt men, hoe laat het dan op dit
zelfde tijdstip onder den eersten meridiaan is?
Den te ... . 4" O"
lengte in tijd. Tafel XH, . 20. O oost
8" O™ tijd na den mid-
dag van den 12"'''°; daar wij hier geen 20" van 4" kunnen aftrekken, zoo
moet er één dag of 24" worden bijgeteld, en de oplossing wordt dus:
Den 13" te 4" of den 12" te 4"-f24" . 28" O"
lengte in tijd , Tafel XH, . . 20 O oost
8" O"" als boven.
3 Foorb, Als men op 210° lengte oost van Parijs, den 1"«» Janu-
arij 1844, 6" telt, vraagt men: hoe laat het opdat zelfde oogenblik
te Parijs zal zijn?
1844 den 1"«" Januarij . . 6" O®
lengte in tgd van Parijs, Tafel XII, 14. O oost
16" O"' na midd. van
deu 31»"° December 1843, tc Parijs^ Daar de lengte oostelijk is, cn