Boekgegevens
Titel: Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Auteur: Swart, Jacob
Uitgave: Amsterdam: wed. Gerard Hulst van Keulen, 1843
6e, verb. en veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1727 B 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204250
Onderwerp: Astronomie: astronomie: algemeen
Trefwoord: Sterrenkunde, Zeevaartkunde, Tabellen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van sterre- en zeevaartkundige tafelen; benevens eene uitvoerige verklaring en aanwijzing van derzelver gebruik in de werkdadige sterre- en zeevaartkunde, ten dienste der zeelieden
Vorige scan Volgende scanScanned page
84 Ferklaring van TAFEL XXV. Maans Parallaxis min Refractie.
of 28^,4 Pxijnl. en de Thermometer 75°, zoo heeft men, van Tafels
LI en LII gehruik makende, volgens pag. 70 :
ware verefl'ening uit Tafel XXV reeds gevonden is 21' 54",2
uit Tafel LI voor den Barometer . . . + O ,7
» LII » » Thermometer . . . -f- 1 ,4
en dus is de ware verbetering alsdan . . 21' 56",3.
Den tijd onder den eersten Meridiaan te vinden.
Het is in het vinden der Maans hoogte, en in vele andere zeevaart-
kundige vraagstukken, volstrekt noodzakelgk, dat men op elke plaats
en te allen tgde wete te bepalen: hoe laat het op een bepaald oogen-
blik op eene gegevene plaats is onder den eersten Meridiaan of onder
dien meridiaan, voor welken het Jaarboek of de Almanak, dien men
wil bezigen, berekend is, welk oogenblik wij het overeenstemmende
oogenblik of den overeenstemmenden tijd op Greenwich zullen noemen;
gebruikt men dus den Engelsehen Nautical Almanac of den meerge-
noemden Nederlandschen Almanak ten dienste der Zeelieden, die beiden
voor den meridiaan van Greenwich berekend zijn, zoo moet het oogen-
blik , dat men aan boord bij de waarneming telt, overgebragt worden
in den tgd, welke men op datzelfde oogenblik op Greenwich heeft.
Of in deze voorbereidende bewerking moet men, met den tijd aan
boord, en de lengte der plaats, berekenen, hoe laat het hij eene
waarneming is, op dat zelfde oogenblik, onder den eersten Meridiaan.
De tgd , voor het berekenen van iets uit den Almanak, moet altijd
van den middag gerekend worden , of naar sterrekundig gebruik van
middag tot middag, of van O tot 24° voortgeteld worden. Wij zullen
dezen tijd of uurtelling, waarvan het begin van tellen van den middag
begint, of liever deze wijze van tellen, ter onderscheiding van de
gewone of burgerlijke manier van tellen, die van den middernacht be-
ginnen, sterrekundigen tijd (*) noemen. In de gewone zamenleving
stelt men den dag te beginnen op het oogenblik van den beneden
meridiaans doorgang der Zon, tervNijl de sterrekundigen, alsmede de
Almanak, den dag beginnen bij den boven meridiaans doorgang. Is
dus de tyd, dien men telt tusschen 0° en 12" of tusschen middag en
middernacht, zoo komen de dagteekeningen overeen, en de uren
worden, zoo als bij sterrekundige telling behoort, van den middag ge-
rekend; is de tyd na middernacht of, zoo als men zegt, 's morgens,
bijv. , den te 3" 's nachts, zoo is deze tijd vooruit, en men schrgft
daarvoor naar de sterrekundige telling: den te 15"; even zoo komt
11" 20" 's morgens van den 19'^»", gewone of burgerlijke telling,
overeen met 23" 20" van den 18'^®" naar de sterrekundige telling. Om
dan nu het overeenstemmend oogenblik op Greenwich te bepalen: brenge
men den opgegevenen tijd steeds tot tijd na den middag, of tot sterre-
kimdigen tijd, bij dezen sterrekundigen tijd voege men de tot tijd ge-
maakte lengte, als men westelijke lengte heeft; men trekke er dien lengte-
tijd af, als men oostelijke lengte telt, is de aftrekking niet mogelijk,
(•J Men verwarre dezen tijd niet met slerren-iijd, dien wij hierna meer bepaald
zullcu doen kennen.