Boekgegevens
Titel: Roosje Vlijtig, of Tweede leeslesjes (vervolg op Jan en zijn Zusje)
Auteur: Heijningen Bosch, M. van
Uitgave: Groningen: J. Schierbeek, 1818
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204246
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Roosje Vlijtig, of Tweede leeslesjes (vervolg op Jan en zijn Zusje)
Vorige scan Volgende scanScanned page
VERVOLG DER NAREDE,
O F
HANDLEIDING TOT het GEBRUIK
VAN DIT BOEKJE.
(VL Oyer de ware en valfcbe grondklanken,')
C,") Het is eene zekere,onwederleghare waarheid, dat da
water ie of grondstof Van het eerjie ondenvijs in het l zen
moet gczoclu wuiaei>,nikt in ecni'ie honderden slotklan-
ken, ten üiiregtc grondklar.ken genoemd, dic, met betrek-
king tot liet taaleigen, louter toevaliig en daarom bij elk»
tiatie verfckillende zijn; maar in uc etrjle oïprimitive ge"
luiden^ zi^tbaar Vuorgeitcid in de enkele letteren van liet»
ïedcrt vier duizend jaren, by alle beicliaalde volkeren fcliier
ecnltemmig A. B. C. (wierci^endommelgken klank of iiit-
fpraak ik aangeftipt heb in hec if^/y?^ ftukjej, en in dc daar-
uit , door natuur en rede \ oorcgebragie, fA'eeklankcn en zaam^
gepelde medeklinkers aan het hegin der y>'ooTden; in dc vor*
tels of radices der 'woorden ^ JÜs ap ^ ep ^ op; ha , be y bi;
Ira y hre, hri; lóortgelyke men voorheen vlag te vintlcn ach-
ter het litclblad van het oude A. B. C. Boek: wijders in de
een- t^yee- en driegrepige pam'woorden oog, neus ^
icom^ gaan^ zitten^ lagchen, Jlaan^ hruisfchcn, donderen, enz.
In de vóórletteren^ in het eerfte^ zakelijke deel van deze en der-
gelijke klanken liggen dc kiemen, dc moederklankenonze
cn allle talen. En even zoo waarachtig is het, ten aanzien van
den vorm 5 de methode of leerwijze , dat wij, op hec voet-
fpoor van de fchrandere uitvinders en vormers onzer taal,
in de gewone volgorde — van de linker naar de regterhand ^
gelijk wij ie zen cn Ich ry ven — de letteren tot lettergrepen
moeten formeren. Als dc kinderen reeds eene zekere liebbe-
lykheid in liet zamenvoesen der lettergrepen gekregen heb«
ben, als zij daarin — indien ik my eens zoo mag uitdruk-
ken — zaadvast geworden zijn, dan kan men de voorvoeg^
zeis of prafixen, ats be, hij, ge, af, op, ver, mis, ont,
toe^ voor, door, na, tusfchen^ onder, achter, en de
^ckteryoegzelso\'fuhjïxen, als ig, en, el, er, es, ;x, ing^
lijk, zaam, fchap, beid, enz. aan die woorden verbinden,
cn, met behulp van deze, op eene regelmatige, dnalogifcht
*wijze,z\\Q woorden zamenftellen en klasfificeren, die aan on-
ze taal eigen zijn: alles, wat afwykt van dit grondbeginfel,
is, volgens mijne overtuiging, voor eerstbeginnende fcho-
Ucrcu (jndotlmatiji i en^ als zoodanig, gnbruikbear,
70