Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
84 DE VRIJHÉID.
bij mijnen vader, en verliaalde dan wonderbare dingen van
zijne reizen. Van de zeden der vreemde volken, van merk-
waardige gewassen , zeldzame dieren en dergelijken meer.
Nooit heb ik iemand meer bewonderd of naar iets met
meer oplettendheid geluisterd. Maar na ieder bezoek was
mij ook, verscheidene weken, ons huis en mijne geboorte-
plaats te naauw, en ik dacht niet gelukkig te kunnen
zijn, als ik ook niet reisde."
M Kort nadat ik mijne leerjaren begonnen had stierf mijn
vader en ik werd bij mijnen zwager, ook een linnenwever,
besteed. Om mijnen vader te behagen , zou ik alles gedaan
hebben , maar mijn nieuwe meester was een streng en
knorrig man, wien ik niets naar den zin kon doen. Hij
was een hernhutter. Als wij den geheelen dag gewerkt
hadden , moesten wij des avonds de lange gebeden hooren ,
die hij ons op een' zingenden slapenden toon voorlas. Ik
mogt zelden uitgaan, nog zeldzamer wandelen, en zelfs
des zon(?ags mogt ik niet eens eene wandeling doen. Mijne
zuster Zou gaarne mijn lot verzacht hebben, maar zij ver-
mogt dit niet, en als ik mijnen nood aan mijne moedef
klaagde, vermaande zij mij tot geduld, en troostte mij met
de woorden: »leerjaren, moeijelijke jaren." Met deze
spreuk, den eenigen troost dien zij mij geven kon, maakte
zij mij bijna wanhoopig. Mijne eenige vreugde bestond
thans nog in eene oude reisbeschrijving met platen, die mij
de oude koopman , op mijn aanhoudend verzoek , geleend
had , en die ik in mijn bed verborg. "Want mijn meester
zou nooit toegestaan hebben, dat ik in zulk een wereldsch
boek las. Ik had éénen winter in dezen treurigen toestand
doorgebragt, maar ik had mij daaraan volstrekt niet kun-
nen wennen. De lente kwam, en met haar ontwaakte te-
vens