Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE VRIJHEID. Si
had hij een wit en rood gestreepten doek als een* tulband
gebonden; zijn gezigt was welgemaakt, maar zeer ver^
brand door de zon ; uit zijne oogen schitterde een zacht
vuur, hij droeg eea' langen kiel van een vreemd maaksel,
en eene lange ruime broek van gestreepte trielje. Toen hij
nog eenige stappen van het gezelschap verwijderd was, leide
hij de handen op de borst, boog zijn hoofd , en verzocht
om eene aalmoes voor een' vrijgemaakten slaaf, die naar
zijn vaderland terugkeerde.
De heer O... deed hem eenige vragen , die hij met oor-
dcel en bescheidenheid beantwoordde, en dit bewoog dien
heer hem eenige ververschingen te Inlen geven en hem te
verzoeken te gaan »zitten en zijne lotgevallen te verhalen.
De wandelaar was hiertoe bereid , de kinderen gingen vol
verwachting zitten , en de hooijers omringden hem nieuws-
gierig, leunende op hunne harken en vorken.
De dankbare wandelaar \erhaalde nu de volgende ge^
schiedenis :
»Ik ben uit het Silesische gebergte geboortig. Mijn vader
was een linnenwever en een welgesteld man. Ik was bestemd
om hetzelfde handwerk te leeren, maar ik had van kinds-
been af een' afkeer van een zittend leven. Als ik uit
school kwam, liep ik naar het w^oud, klauterde op de groot-
ste boomen , of beklom den top der hoogste bergen en als
ik dan naar alle kanten rondgezien had en in de dompige
werkplaats terugkeerde , droomde ik van niets dan van ver-
re reizen aan gene zijde der bergen, die mijn uitzigt belem-
merden , en op de zee in afgelegene landen.
Iu onze plaats woonde nu een man, die in vroegere ja-
ren op zee geweest was en door den handel in linnen in
^menla iets verdiend had. Deze kwam somtijds des avond»
E bij