Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
HET LAM. 94
gen, wat antlers steetls zon gescheiden blijven j anderen rer^
meerderen de bekoorlijkheid van den wasdom in de plan-
tenwereld; velen dienen om te vernielen en te ontbinden.
Ook verwoesten zij zich zelve met weder/ijdsche vijand-
schap, en diegenen die geene prooi hunner vijanden worden ,
sterven om wetierom in eene andere getlaante te her-
leven. Even zoo vinden wij ook in wezens van eene hoo-
gere bewerktuiging dezelfde wet ter bevordering van leven
en werkzaamheid, dezelfde veranderingen, viieud- en vij-
andschap. Aangespooixl door honger en dorst en door de
sterke drift om hun geslacht te onderhouden en voort te
planten , zoekt ieder dier de voldoening zijner behoeften en
verwoest en vernielt om den kringvormigen loop des le-
vens te vinden; en hoe hoogcr de trap des levens is,
waarop het staat, des te verwoestender is, ook de hem toe-
gevoegde physieke kracht. De moedige onverschrokkene
roofdieren bevechten en moorden de onschuldige schepselen,
die slechts het gras des velds verteren ^ en wij kuimen
niet nalaten hunnen moed, volharding en kracht te be-
wonderen, Onder alle wezens is echter de mensch gelqk
het edelste, zoo ook het verwoestendste. Zijn voedsel
haalt hij uit al de rijken der natuur, en terwijl andere
schepselen slechts in eene bepaalde klasse van wezens hun
onderhoud zoeken, tast de mensch alle geflachten en hoofd-
stoffen aan. Om zich te kleeden, ontkleedt hij de dieren;
om te wonen hakt hij de bosschen om, en zelf:« wroet hij
in de ingewanden der aarde, om aan zijne behoeften en
begeerten te voldoen."
»Gij ziet dus, kinderen! dat in dit stelsel van afwis-
seling en werkzaamheid der natuur, de verwoestende
krachten eene hoofdrol spelen, en dat onder hen de roof»
die-