Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
HET LAM. 75
AuHoRA wiprp rich op haar geliofcl lam , dat nog eenige
gtiiipclitige bewegingen vertoonde. Alwin maakie liet
lint los. Theodoor haalde water, en besprengde het,
maar alles te vergeefs, het stierf. Het meisje mengde ha-
re tranen met het bloed : » Ach ! waarom heb ik u verla-
ten ? arm, onschuldig, vermoord dier. Waarom moest ik
n hier vastbinden , had ik u losgelaten, mogelijk waart gij
de klaauwen van den roover ontkomen. O hadt gij mij nooit
toebehoord, dan zoudt gij thans veilig hij de kudde,onder
het opzigt van een zorgdragend herder zijn, die u niet al-
leen gelaten zou hebben ter prooi der roofdieren."
In een' ouderdom van tien jaren bemint men een lam,
als eene moeder haar kind. Auhora nam het op hare ar-
men , drukte het aan haar hart en droeg het naar huis,
terwijl hare geleiders naast haar gingen, het dier streelden,
beklaagden en vruchtelmze plannen van wraak smeedden.
Zij begroeven het lam in den tuin onder een' bloeijenden
appelboom, en bestrooiden den kleinen grafheuvel met
bloemen.
Toen zij des avonds het voorgevallene aan de vergaderde
familie verhaalden, vloeiden de tranen van aurora op
nieuw en zij beschuldigde zich , dat zij de oorzaak was
van den dood van haren lieveling.
Treur zoo niet lief meisje, zeide haar oom, ik wil u
een ander lam geven , dat even zoo wit en goed zal zijn.
Gij zijt zeer vriendelijk, antwoordde zij, maar ik begeer
geen ander lam , want ik zou het zeker zoo lief niet heb-
ben, als het vorige, en ik zou het nooit kunnen aanzien ,
zonder aan mijne onvoorzigtigheid en den dood van mijne
lieveling te denken.
»Zulke voorvallen zijn zeldzaam in dit oord," zeido
haar