Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
74 HET LAMj
Zij had een ecnig kind, AURORA, een meisje van Ucn
jaren.
De famiUe was reeds uit hoofde der vroege schoone lente
naar hun landgoed vertrokken, toen zij door de komst
dezer lang verwachte, op het aangenaamst verrast werd.
Het duurde niet lang of deze kinderen waren met eik-
anderen zoo bekend en gemeenzaam , alsof zij steeds bij elk-
ander gewoond hadden. Aurora was slechts nu en dan
met hare ouders buiten de stad geweest, en dus was haar
h^^t vrolijk vrije landleven dubbel aangenaam. TJit de ka-
mer, die zij met hare moeder bewoonde, had zij het uit-
zigt op fraaije tuinen , groene weiden en bloeijende velden,
omringd met eenen krans van blaauwe bergen. Men Iiad
haar in den tuin eenige bedden gegeven, om bloemen
daarop te kweeken , en overal volgde haar een sneeuwwit
lammetje, dat zij zelve voerde.
Eens waren de drie kinderen naar een klein hoschje ge-
gaan om aardbeziën te zoeken. Het meisje bond haar lam
met een blaauw lint aan eenen boom , om het te laten gra-
zen; verwijderde zich daarop met hare neefjes hoe langer
hoe verder, en plukte vlijtig aardbeziën.
Midden in deze bezigheul werd zij door een angstig ge
schreeuw van haar lam gestoord; zij liep naar de plaats,
waar zij het vastgebonden had , en alwin en theodoor
volgden haar. Maar welk een tafereel vertoonde zich aan hare
oogen — het lam lag wentelende in zijn bloed , een groote gier
had de klaauwen in zijnen rug eu zijn krommen bek in zijnen
nek geslagen. De kinderen schreeuwden luid, de hond
hlafte, eu de gier verliet zijne prooi, zweefde, als ver-
toornd over den ontrukten roof, in de hoogte, en trok naar
het gebergte.
Au-