Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
66 EEN WINTER-AVOND.
naar vcnmdermg% nog wel iets anders zijn, hetwelk een'
stormachtigcn avond aan den haard zoo aangenaam voor
ons maakt. Mijns oordeels , brengt het hesef van de veiligi
heid , -waarmede wij de warmte en het vuur genieten, en
de gedachte , dat de storm en regen ons hier niet bereiken
kunnen , niet weinig tot ons genoegen toe."
Deze gedachte werd verder ontwikkeld; en de heerO...
merkte aan , dat de onaangenaamste en vreesselijkste ver-
schijnsels der natuur voor den mensch bronnen vau vermaak
kunnen worden.
» Er is geen oogenblik zeide hij onder anderen, » waai^
op wij niet omringd zijn van gevaren. Wij gelijken allen
meer of min naar iemand die boven eene mijn, met bus-
kruid gevuld, te sla|>en ligt, want het aardrijk onder on-
ze voeten en de lucht bo%'en onze hoofden zijn vervuld
met een aantal verwoestende stoiSen , die zich elk oogen-
blik tot ons verderf en vernieling vereenigen kunnen,
» Eene oogenblikkelijke ophefHng van het evenwigt der
hoofdstoffen verwekt orkanen wolkbreuken , aardbevingen;
ja, er zijn niet eens zoo groote inspanningen der natuur
noodig, om ons te verdelgen. Een enkel vonkje , in de
lucht ontstoken , is hiertoe toereikende."
» Dit heb ik nog nooit zoo ingezien sprak theodoob.
)> Waarlijk, dit is vreesselijk."
»Indien de natuur den mensch op dien voet zoo onop-
lioudelyk bedreigt," voegde alwin erbij, >» zal ik nooit
meer staande houden , dat de mensch de Heer der schep-
ping is."
»En nogtans is hij zulks," antwoordde de heer O...,
»en hij is het nooit in sterker zin, dan wanneer hij ge-
rust