Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
65
EEN WINTERSAVOND. ■
Het was een stormachtige avond. De regen sloeg gewel-
dig tegen de glazen, en slechts nu en dan verlichtedcn zwakke
stralen der maan den onvriendelijken nacht.
De heer O.., zat met zijne kinderen in een vertrouwe-
lijk gesprek aan den haard. Het vunr brandde bolder , en
de spelende , knetterende vlammen verschaften een aange-
naam schouwspel.
Ieder maakte zijne aanmerkingen, In Jiet einde zeide
alwin: w Wat mag toch de reden zijn, dat zelfs zoo gnur
een dag ons niet ongevallig is? Want, naar mij dunkt,
zouden wij niet zoo welvergenoegd bij ons aangenaam vuur-
tje zitten, zoo niet de treurige muzijk van den wind en
regen het knappen der vlammen vergezelde."
Tueodoor voegde er bij; »Het is waar, ik ben hier
even zoo vergenoegd , alsof wij op eenen zomerschen avond
onder den grooten lindeboom zaten en de kudden t' huiswaarts
zagen keeren. En echler is er tussclien zulk een' avond cn
den tegen woord igen een verbazend groot onderscheid. In-
derdaad is de zomer een heerlijke tijd , en echter zien wij
den winter met genoegen naderen^ en het vallen van de
'eerste sneeuw is steeds een feestdag voor ons,''
» Misschien zoude ons zelfs de fraaije zomer vervelen, in-
dien hij altijd duurde. Wij verlangen altoos naar iets
nieuws, ofschoon het ook minder schoon mogt zijn, dan
hetgeen wij thans genieten."
» Ondertusschen ," viel de vader hem in de rede , » kan
er, behalve onze afkeer van het eenzelvige en onze zucht
E naar