Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE TISSCriERS JONGEN. />3
woorcligen verzorger. Ik liatl den gansclien d^ïg niets ge-
noten; de regen liad mij doornat gemaakt eu de nacht was
op handen, Ik klopte derhalve aan de deur, en smeekte ,
op een' klagenden toon om een sfukje brood. Deze bede
voor de tweede maal herhalende, opende de oude man het
venster, en mij in zulk eenen beklagelijken toestand
ziende, deed hij de deur open en liet mij inkomen. Hier
gaf hij mij te eten en te drinken , reikte mij een droog
rokje toe en wees mij eene slaapplaats op het hooi aan.
Ik geloof, dat ik van al mijn leven niet blijder was dan
dezen nacht, daar ik op mijne drooge legerstede het ge-
kletter van den regen en het gebulder van den stormwind
hoorde. Den volgenden morgen stond de zon reeds hoog
aan den hemel toen ik ontwaakte, van zins om den stap
weder op te nemen, na mijnen vriendelijken gastheer dui-
zendmaal voor zijne weldaden bedankt te hebben. Beeds
had ik de deur in de hand , toen hij mij terug riep en
mij verzocht nog wat te vertoeven. Na zich eene wijle
bedacht te hebben, sprak Jiij: »»Hoor, jongen I zoo ik
wist, dat gij trouw en eerlijk zoudt zijn , wilde ik u bij
mij houden en u voedsel en klecdercn geven." Ik deed
de beste beloften en bleef. Naderhand heeft hij mij ver-
teld, dat hij genegenheid voor mij had opgevat, omdafc
ik zoo zeer naar zijnen overleden' zoon geleek, en dat,
toen ik de deur wilde uitgaan , het was alsof eene slem
tot hem zeide: wziet, hier hebt gij uwen GODFRIED
weder."
Het knaapje vertelde hierop in het breede met welke va-
derlijke genegenheid zijn meester hem behandeld , hem ter
schole gezonden en in zijn handwerk onderwezen had. Al
zijne uitdrukkingen getuigden, op de nadrukkelijkstewijze,
van