Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
62 DÈ VISSCHERS JONGEN.
ouders o\'er mijne afwezigheid bedroefd zijn zoutlen. Al-
lengskens gewende ik mij aan deze nieuwe leefwijze,
en ik was in de bosschen als te huis. En wanneer wij
ons op de wegen bevonden, was er voor mij zoo velerlei
nieuws te zien, dat ik als hot ware , geen tijd had om
aan iets nnclers te d'^nVen."
»Maar hoe kwaamt gij dan eindelijk van dit volk af?*
vraagde AtwiN verder.
» Wat er eigenlijk voorgevallen ware is mij onbekend
vervolgde de jongen , » maar op zekeren avond met eeii
groot gedeelte der bende rondom het vuur zittende, kwam
er onverhoeds berigt, dat er soldaten in aantogt waren
om ons gevangen te nemen. Dit verwekte eene algemee-
ne zeer groote ont&teltrnis ; niemand wist, wat te doen,
en voor dat er nog e( n besluit genomen was, hoorden
wij eenige snaphaansthoten. Nu liep alles naar de tegen-
overliggende zijde,! en ook ik liep, van schrik buiten mij
zeiven, blindelings het bosch iu. Het schieten hand over
hand toenemende, verborg ik mij onder dë struiken, aU
waar ik naauwelijks adem halen durfde. Tegen den mor-
gen zag ik op eenen kltinen afstand eenige ruiters, ver-
gezeld van eenige gevangenen, die mij zeer wel bekend
waren» Ik beefde van angst, wantik vreesde, dat men
mij vermoorden zoude , als men mij zag. Tegen den mid-
dag vernam ik geen gedruisch meer, en daar de honger
mij heftig kwelde, verliet ik mijne schuilplaats, niet
wetende, wat er van mij worden zoude. Ik kwam in een
dorp, alwaar ik eenig voedsel ontving, en daar ik reeds
voorheen gewoon was halve, ja geheele dagen alleen om
te loopen en te bedelen , vervolgde ik mijnen weg op die
wijze, en kwam eindelijk aan dc deur van mijnentegen«
woor-