Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
6o DE VLSSQIERS JONGEN.
vaartllgljeid en verslandelüt antwoordde, ontstond er eene
Boort van vriendschap tusschen hen. Meermalen zochten
zij dien vriendelijken jongen opzettelijk op, en bij onder-
scheidene gpsprekken , met hem gehouden, vernamen zij,
dat hij uit een verafgelegen oord in liet huis van den ou-
den visscher gekomen was, voor wiens zoon zij hem tot
hiertoe altoos gehouden hadden.
Zij verzochten hem om de mededeeling zijner geschiede-
nis, en hij vertelde hun dezelve nagenoeg met de volgende
woorden : » Het was, zoo ik het niet mis heb, in den zo-
mer tegen den avond, dat ik voor de deur van mijn ou-
derlijk huis onder de hoornen 'speelde. Ik had een bont
mandje, waarin ik alleilei steentjes verzamelde, en ter-
wijl ik .slechts hierop al mijne aandacht vestigde , had ik
mij misschien op eenigen afstand van mijne broertjes ver-
wijderd. Toen kwam er een troep vreemde lieden op mij
aan, sommigen te voet, anderen te paard, die mij vrien-
delijk toespraken eu mij kersen in mijn mandje leiden j
en nadat ik een eindje wegs met hen gegaan was, nam
mij een van hen op zijn paard en reed snel met mij weg.
Dit geviel mij bij uitnemeJidheid, en ik dacht niet aan
ons huis, voor dut het begon donker te M'orden. Toen
verlangde ik naar mijnen vader terug, zeggende: dat ik
moede was en naar bed verlangde. ij Heb slechts nog een
weinig geduld," was liet antwoord, »wij zullen spoedig
te huis zijn." Zoo ging het nog eenen tijd lang, tot dat
ik eindelijk van vermoeidheid weende. Waarschijnlijk
geraakte ik kort daarna in slaap , want ik weet mij niet
te herinneren , wat er verder gebeurde,
»Toen ik den volgenden morgen ontwaakte, lag ik on-
der de hoornen op de aarde. Ik wist niet waar ik was, en
had