Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE BRAND. 55
tleliugcn op zijde te streven, Maar ac)i I al deze fraai-
jighedenj waarop hij zich zoo veel liet voorstaan, waren
eene prooi der vlammen geworden. Zijne droefheid was
onbegrensd. Maar niemand bekommerde zich over hem,
niemand had medelijden met hem. Zijn hoogmoed
had hem hatelijk gemaakt. Want hij M'as gewoon,
de armen met scheldwoorden van zijne deur te jagen,
en er was niemand dien hij met zijnen rijkdom ver-
heugd had.
Het in het oogloopcnde gedrag van dezen man, die ook
na zyu verlies de rijkste in het dorp bleef, en de gezind-
heden , welke zijne buren te zijnen opzigte aan den dag
leiden , gaf aanleiding tot het volgende gesprek tnsschen de
heer O,., cn zijne kindereu.
»liier hebt gij een nieuw voorbeeld," zeide de vader on-
der anderen, »hoe weinig de'rijkdom gelukkig maakt,
zoo men niet verstandig genoeg is, om denzelven te kun-
nen ontberen. Zekerlijk is de rijkdom een zegen; maar
slechts dan , wanneer hij ons van zorgen bevrijdt, en ons
den tijd verschaft tot edele en w^aardige werkzaamheden
van onzen geest. Maar zoodra hij zelfs alle zorgen tot zich
trekt, zoüdra zijne verkrijging ons angstvallig, eu zijn vew
lies ons ongelukkig maakt, dan is hij geen zegen meer."
»Maar hoe moet men het aanvangenvraagde theo-
door, i> om niet te bedroefd te zijn, wanneer men, ge-
lijk nu de rijke JOUAWNES, eene zoo groote menigte van
dingen verliest, waarin wij veel belang stellen ?"
»Voor alle dingen," antwoordde de vader, »moet men
zoo lang men dezelve nog in veiligheid bezit, gedurig de
mogelijkheid van hun verlies bedenken. Wie iets van
eenen anderen ter leen heeft, zal het zander kwelling aan
D 4 den