Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
53 HET OOGST-FEEST.
schalten der aarde tuniien een bezwaard geweten niet ver«
ligten, noch een bedrukt hart vervrolijken Weltevreden-
heid en vergenoegdheid is de beste dank , dien men Gode
toebrengen kan, want de vergenoegde is blijmoedig en
looft God , en komt eenmaal in zijn eeuwig koningrijk."
Vervolgens zeide hij: v Dubbele reden hebt gij om u
over uw geluk te verheugen , wanneer gij aan de armen
denkt, die | zich dit feest slechts met tranen herinneren ,
maar het niet kunnen vieren. Want helaas! in onderschei-
dene oorden van' ons vaderland hebben de goudgele aren
niet op den akker gepraald. De hoeven der paarden heb-
ben het zaad vertreden , en de zwaarden der strijders heb-
ben de halmen afgemaaid, voor dat zq vruchten dragen
konden,- De tarweakker is een kerkhof geworden , en
waar anders schoven lagen , daar steken de beenderen der
verslagenen uit den grond. Dorpen en steden liggen ver-
woest iu de asch , en hunne bewoners dolen verstrooid
om , bedelende brood : zij , die voor dezen ook oogst-feesten
vierden en vrolijk waren, gelijk wij. Zulk een jammer is
u. God zij geloofd, niet wedervaren. Maar gedenkt aan
deze en andere armen in uwe vreugde , en deelt hun van
uwen overvloed mede. Het dier in het woud en de vogel
op de boomen vindt overal eene rurt- en schuilplaats, want
God heeft hem overal een leger bereid en voeder gestrooid.
Maar wanneer de arme meusch van zijne woning verdre-
T^en is, vindt hij niet ligt eene plaats, alwaar hij zijn
hoofd gerust kan nederleggen» Kommer is zijn voedsel, en
tranen zijn zijn drank. Daarom ontfermt u zijner en helpt
hem met te gemoet komende vriendelijkheid. God heeft u
slechts voor korten tijd op deze aarde tot bestierders zijner
goederen geplaatst. Zijt derhalve niet gierig omtrent bezit-
ting