Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
65 HET OOGST-FEEST.
kentlen AtWIX en tiieodoor de volgende plaatsen iu hun
dagboek op:
Iu het begin der leerrede zeïde de Predikant: »"Wij
vieren heden een aangenaam feest, mijne geliefde vrien-
den ! een dankfeest aan Hem', van wien ons alle goe-
de gaven komen , een vreugdefeest over ontvangene welda-
den« Gij ziet uwe spijskamers opgevuld, cn moogt den
winter zonder kommer te gemoet zien. Bij deze gelegen-
heid denkt gij, dit weet ik zeker, met hartelijke liefde
aan Hem , die ons regen en zonneschijn gaf, opdat het
zaad opkwame en vrucht droege. Ik]weet, dat iedereen,
van u, Hem, niet met den mond slechts, maar van gan-
scher harte dankt, dat Hij zijne wenschen vervuld, zijne
bezorgdheid verijdeld heeft. Want toen gij het zaad in de
aarde slrooidet, dacht gij misschien : zal het wel opgaan?
cn toen hetzelve welig opgekomen was , en de digte hal-
men op den akker golftlen , en de aren opzwollen, toen
dacht gij weder : zal God deze vruchten ook voor onwe-
ders en hagelbuijen bewaren ? Nu ziet, Hij heeft ze be-
waard ; Hij heeft u gegeven meer dan gij behoeft. De naam
des Heeren zij geprezen."
»Wanneer de goede God u geeft, hetgeen gij noodig
hebt, wil Hij u daardoor behoeden voor ijdele zorgen, die
u bekommerd doen zeggen: wat zullen wij eten ? en wat
zullen wij drinlen? Want zoodanige zorgen bezwaren *s
menschen hart en trekken hetzelve van God en de deugd
af, waarop hetzelve toch alleen gerigt moet zijn. Geniet
dus hetgeen God u verleent, met vrolijke vergenoegdheid.
Tracht niet angstvallig naar meer; want die rijk willen
worden vallen in verzoeking. Zijt te vreden met hetgeen
gij hebt. Weltevreileuheid is meer dan rijkdom. Allo
D 2 schat-