Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
48 HET OOGST-FEEST.
lige ondersteuuing weder op de been, zoodat er in het ge-
heele dorp geene eigenlijke armen gevonden werden.
Van hier ook dat ieders gelaat weltevredenheid teekende.
En even gelijk zij onder eikanderen als ledtn van ééne
familie leefden, waren zij ook jegens vreemdelingen vrien-
delijk, inscliikkelijk en gedienstig.
Deze goede hoedanigheden hadden zij grootendeels aan
twee eerwaardige Geestelijken te danken , die na eikande-
ren het leeraarsambt in deze Gemeente b^ienden. Do
eerste vond dezelve in eenen zeer verwilderden toestand»
De meeste van derzelver leden hadden zich door het s))et
en den drank bedorven; en luiheid, twistzucht en bede-
larij hadden onder hen de overhand genomen.
Het begin zijner ambtsbediening was derhalve zeer droe-
vig; doch hij gaf deswege het voornemen niet op,
waarmede hij zijnen post aanvaardde, namelijk, om zich
aan het welzijn zijner Gemeente geheel toe te wijden,
en de liefde tot God en het goede onder haar te bevorde-
ren. Allengskens gelukte het hem, door zijne braaflieid ,
het vertrouwen van de besten in het dorp te winnen,
allen door zijne onbaatzuchtigheid achting in te boezemen ,
en eenigen in hunne huisselijke belangen uit den dringen«
den nood te redden. Hij had het vermaak , dat sommige
der ongeregeld sten zich verbeterden ; anderen , die onvcr-
t)eterlijk schenen, stierven; en daar de onder de oogen van
den leeraar gevormde jeugd opwies, reinigde zich de Ge-
meente meer en meer van hare vorige ondeugden. Het-
geen deze brave man, met zooveel ijver begonnen had,
werd door zijnen zoon vervolgd, die erfgenaam was van
zijns vaders deugden en ambt; en de, voorheen zoo slecht
befaamde, Gemeente werd, door den weldadigen invloed
hun