Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
46 DE GRIJSAAIUX
len, die liüizen en akkers en alles hadden, znlksniet warei<
6 Al "wie veel op aarde hezit, houdt zich aan de aarde
vast, en leeft zelden regt vrolijk Dit ziet men eerst
regt, als hel op sterven aankomt. Hun hart kleeft aan
hel aardsche, en ongaarne hooren zij Gods stem, als die
hen daarvan afroept. Als ik dit bedenk verheug ik mij
waarlijk, dat ik niets bezit, hetgeen mij aan de aarde
verbindt. Als men mij in het graf gelegd heeft, zal ik
geen huis meer noodig hebben, en geen honger en dorst
rullen mij meer kwellen, en Hij >oor wiens oogen ik dan
sta, zal mij niet verstooten, omdat ik arm ben. Naakt
ben ik in de wereld gekomen j naakt zal ik er weder
uitgaan: God ziet .het hart aan^ is eene oude spreuk rijk
in zin."
»Het gebeurt toch zelden, sprak de heer O... »dat
oude lieden den dood zoo weinig vreczen. Het leven wordt
hun gewoonlijk lisver, hoe langer het duurt5 en steedi
vreezen zij dat het flaauwe vonkje, hetwelk slechts gloort ^
nog te spoedig uitga."
»Ook mij is het leven lief," antwoordde de grijsaard.
•»Waarom zoude ik niet gaarne leven? het is mij im-
ïners altoos welgegaan. Toen mijne maria stierf, het is
waar, wenschte ik ook te sterven. Ik bad God om den
dood, dan hij vergiuide mij dezen wensch niet, maar zond
jnij troost. Sedert heb ik mij aan alles, wat van God
komt, met gelatenheid ondurworprn. Want, denk ik
de Heer geeft heij de Heer neemt het, Is niet alles zijh
-eigendom en eene weldaad van Hem? GeefL hij ook niet
jden dood.zoo wel, als het leven? tn de dood is waarlijk
,cene schoone gift,daar hij ons tot God in den hemel
leidt. Wanneer ik dus aan deu dood deuk, dan verheÜfc
zich