Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
44 DE GRIJSAARD.
Dit zeggende,1 staakte de oude man zijn werk, vouwde
de handen en vervolgde:
M "Wat is het menschelijke hart toch een zonderling'ding!
Men wenscht en weet dikwijls niet, wat men wil. Men
behoorde slechts alles aan God over te laten, en hem te ge-
hoorzamen. Maar de mensch wil in alle dingen zijn' ei-
gen zin hebben, en ook dit kan men hem, welbezien,
niet ten kwade duiden. Zie mijnheer! ik leefde hier, iu
mijne jongelingsjaren, vergenoegd en blij. Ik had, het is
waar, wel geene bezittingen j maar mij ontbrak toch ook
niets j want ik had gezonde armen en eene goede verdienste.
Eensslags bragt ik mij in het hoofd , dat mijn werkkring
hier te naauw was. Ik wilde de wereld zien, en, gelijk
zoo vele anderen, door bet eene of het andere mijn for-
tuin maken. Mijne moeder verzette zich tegen mijn ver-
trek j maar mijn vader was van andere gedachten en prees
mijnen moed. Toen ging ik met twee anderen weg en nam
dienst. Mijne makkers hebben hunne ouderlijke woning
nooit weder gezien ; de een is aan mijne zijde gesneuveld
de andere in de gevangenis gestorven. Mij alleen heeft het
oorlogszwaard gespaard."
»Wat heb ik niet al in die zeven bloedige jaren be-
leefd! wat al gevaren, wat al verschrikkelijke gebeurtenis-
sen! En echter denk ik niet ongaarne daaraan. De raensch
gewent zich aan alles, ook aan dingen , waarvoor hij eerst
gruwde. Maar God dank! ik heb mij altoos als een braaf
soldaat gedragen, en nooit buiten noodzaak, bloed vergo-
ten, Hoe zou ik anders ook hier zoo gerust onder mijne
kinderen kunnen zitten ? \
»Bij het sluiten van den vrede, nam ik mijn afscheid.
Daar stond ik met eene letlige beurs, want om , gelijk ve-
len