Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
4o UITTREKSEL UIT ALWIN'S DAGBOEK.
Ook jegejis alle andere menschen zal ik. mij met meer
bereidvaardigheid en welgevalligheid gedragen. »Anderen
te verblijden," zegt mijn vader, » is de grootste blijdschap.!*
Ik zal mijn gel^k niet in het bevredigen der wensclien
«tellen, die zoo snel in het hart oprijzen, en zoo weinig
duurzaamheid hebben» Ondervond ik niet reeds dikwijls ,
dat dingen, waarnaar ik hartelijk verlangde, mij onver-
Bchillig werden , zoodra ik dezelve verkregen had. Dit wil
ik mij steeds te binnen brengen , wanneer de eene of de andere
hevige begeerte mij aangrijpt. » Er is zegt mijn vader ,
M slechts één wensch, aan wiens verkrijging ons geluk hangtj
namelijk, de wensch om steeds beter te worden."
Ik zal gedurig aan God en aan mijne moeder denken ,
die bij God is, en hare kinderen bij zich verwacht. Ik zal
mij al die goede en groote menschen voor oogen stellen,
van welke mijn vader mij verteld heeft, en die groot
werden door zich zeiven te beheerschen.

Mijn vader zeide heden: v Een vrolijk gelaat is een goed-
koop middel om andere menschen vergenoegd te maken. De
vriendelijkheid, waarmede men eene aalmoes geeft, heeft
ineerder .waarde dan de aalmoes zelve. AVant de laatste
^eeft de arme slechts een oogenblik ; maar de eerste blijft
hem lang in het geheugen. Deze is een bewijs , dat wij
wit goedhartigheid schenken, niet met verachting, niet om
ons van hem le ontslaan. Een dienstbode doet voor een
vriendelijk gezigt duizendiaaal meer , dan om al het loon.
De