Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
tnxTREKSEL tJIT ALWIN'S DAGBOEK.
h
len doe, uit eerbied voor God, betgéen goed'érir;billijk is;
"wedersta uwe begeerten ,- en brbeerscb uwe Irartstogten ;
zoo zult gij wel Ie vreden en grlnkkig leven; '
Bij deze woorden drukle Inj njij aan '/.ijiié "borst, wee-
nende viel ik liem oni den hals en lieih voor
.r
al zijne goedheid en liefde; Daarna weder a^eén op mijilfe
kamer gekomen , herinnerde ik mij nl de weldaden , dfê
ik aan mijnen vader te danken heb. Myn hart werd vol
van goede voornemens. Moglen zij mij toch nooit uit
liet gèheugen gnan ! mögt toch mijn wil steeds sterk genoég
eijn , om dezelve getrouwelijk te vervulleri!
Ik zal mij alles nog eens herinneren, ja heden, morgen
cn al de dagen mijns levens. Bij eiken morgen , zal ik
mij mijne tegenwoordige goede voornemens te binnen bren-
gen, en op iederen avond zal ik de verrigtingem van den
dag met dezelve vergelijken. Hoe zal" ik mij don XerheÄ-»
gen als mijne rekening wel shiit ; als de avond zich niét
over den morgen behoeft te schamen !
Zoo zal ik de zucht naar verstrooijing beteugelen, die
mij zoo menigmaal bekrpi-pt berouw berokkent; ik zal
mijn werk met meer oplettendheid behandelen, en niets
meer uitstellen. »Dat uitstellen," zegt mijn vader, »is
ten regte tïjddief." »Gedaan «Werk," 'zcide l/ij' lèens^
V maakt een' blij hatt."' De vtriarheid van dit gezegde ofi)-
öervond ik meermalen. ..........'
Ik zal verdraagzaiiier met mijnen broeder leven. ' I-k héÖ
hem onuitsprekelijk lief, eu Tiógtans werd mfér dan- eews
een klei« verschil zoo ernstig onder ons. Tléb ik •itïij niet
Vvel eens^zelfs tegen mijheh vAd*e'r onwilligbet<ïonH , wanneet
hij mij iets gèboöd, hetwélk'ikf zelfs zonder vAyri bevel, ^it
pligt had beliooren te doen? Nooit,nooit zatdit weder gebeuren!
' C 4 Ook