Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
26 DE BEGRAFENIS.
liij den bloemruiker , dieu ALWIN en THEODOOR hem op
het bed gegeven hadden.
De kinderen traden toe en zagen alles. Tbeodoor
weende en snikte j alwin wierp zich op den dooden en
kuste hem. Zacht trok de vader hem terug en nam hem
in zijne armen. Niemand, die de smart der kinderen
zag, kon zich van tranen onthouden.
De kist werd in de aarde nedergelaten, en welhaast
verhief zich de kleine heuvel. De zon ging in onbeschrij-
felijke heerlijkheid op en verguldde het nieuwe graf: maar
de oogen desgenen, die daaronder sliep, openden zich niet
meer, om de schoonheid van den aanbrekenden morgen
en des wijkenden nachts te aanschouwen. Ongemerkt ver-
loopen nu heldere en sombere dagen over zijn hoofd, en
bij voelt den regen niet, die op zijn' graflieuvel valt, noch
de zonnestralen, die denzelven opdroogen en verwarmen,
Hij ziet niet meer het vrolijke en drukke gewoel der men-
schen , noch de gouden sterren noch het zachte schijnsel
der maan. De lentebloemen bloeijen niet meer voor hem,
en de vruchten van den herfat worden niet meer ryp voor
hem. Voor hem bloeijen nu de onverwelkelijke bloemen
des Hemels. In zalige gewesten prijkt hij nu met schoo-
neren krans , het sieraad der vromen en goeden.
Den donkVen scboot der heilige aarde
Vertrouwt de saaijcr 't kostb're zaad,
£u hoojit, dat het eens op zal schietea.
Ten zegen , naar des Hemels raad.
Nog koslbrer zaad ia 't, dat we in de aard«
Verbergen on:Ier treurgeschal,
In hope, dat het uit de grafzerk ,
Tot scfaooncr lot, ontspruiten zal.
^^^^^ Schiller.
de