Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ï4 HEX ZIEKBED.
Thans vielen eenige stralen der ondergaande zon op de
zijmuur der kanier. Karel wenschte dat zijn bed daar
henen verplaatst mogt -worden. De ouders voldeden aan
zijnen wensch, en de kleinen waren behulpzaam om het
bed te verschuiven.
Toen nu de zonnestralen op het bed vielen, vrerden
zijne gelaatstrekken steeds helderder, en hij zag de om-
standers lagchende aan. Zijne armen had luj voor zich
uitgestrekt, zoodat zij van de zon beschenen werden.
Deze daalde langs hoe dieper en de avond werd langs
hoe schooner. Toen vatte de zieke alwin zacht bij de
hand en trok hem tot zich, en hem den arm om den hals
slaande, zeide hij met eene zachte stem: »Ik sterf met
het ondergaan der zon , maar zeg het niet aan mijnen va-
der en moeder."
Maar de moeder had dit gefluister verstaan. Zij wierp
zich naast het bed van haren lieveling op de knien,
kuste hem onder bitter schreijen en bedekte zich het ge-
zigt. »Schrei niet, lieve moeder," sprak de stervende:
»ik ben niet meer ziek."
»Ik zal immers niet in het graf blijvenvoegde hij
eenige oogenblikken daarna met eene zwakke stem er bij :
»Gij hebt mij dit dikwijls gezegd. En wanneer gij en
vader mede gestorven zijt, dan komen wij in den Hemel
allen bijeen , om nieC weder te sterven."
Dit gezegd hebbende, lag hij eenige oogenblikken stil j
daarna rigtte hij zich plotseling op, zonk neder en was
dood. De laatste stralen der ondergaande zon beschenen
zijn bleek gelaat.
Weenende en snikkende kwamen de kinderen te huis,
verhalende aan hunne ouders deze treurige gebeurtenis. Zij
had