Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
HET ZIEKBED. a3
ne kleine vrienden gevraagd, en om hun bijzijn gewenscht,
staande Ifhn verblijf in de stad. Eindelijk kwamen zij bui-
ten , en berigt van rarels ziekte en zijn verlangen naar
hen bekomen hebbende, verzochten zij hunne ouders om
de vrijheid van den zieken te mogen bezoeken.
Voor hun vertrek pleegden zij zamen raad, waarmede
zij hem best verblijden zouden , en ieder koos iets van zijn
speelgoed voor hem uit, dat hem daartoe het geschiktste
voorkwam. Daarna gingen zij in den tuin, en plukten
eenen ruiker van hunne fraaiste bloemen. Zoo voorzien
kwamen zij in het huis van den zieken.
Deze lag op zijn bed. Met de eene wang rustte hij op
de hand, en zijne blonde lokken lagen hem over hetaange-
zigt. Zoodra hij de welbekende stem zijner jonge vrienden
hoorde, wendde hij zich naar hen toe, en een zwak rood
bedekte zijn gelaat. Alwijv en theodoor traden aan bei-
de zijden van liet bed , vattende zijne hand. Hierop spreid-
den zij de medegebragte geschenken voor hem uit. Met eene
vriendelijke hoofdbuiging bedankte hij hen. Het speelgoed
deed hem niet aan, maar de bloemen verheugden hem
zeer. Meermalen hief hij ze in de hoogte, beschouwde ze
met innerlijk genoegen, legde ze neder en nam ze weder
op. Daarna zeide hij met eenige levendigheid: dat hij opstaan
wilde, en naar het venster gaan, om de groene boomen te
zien. Men hief hem uit het bed: hij beproefde eenige
schreden te doen, maar hij zonk krachteloos in de armen
van zijnen vader. Deze tlroeg hem naar het \^enster. Hij
hief zijne oogen ten hemel, en verheugde zich over de
zachtkens drijvende wolken, en over de groene boomen,
in wier schaduwe liij zoo dikwerf gezeten had. Eenige
oogenblikken daarna verlangde hij weder naar zijn bed.
B 4 Tlians