Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
20 DE HEMELBOLLEN.
lengskens liet eene gelaid na het andere, en eene diepe
ßtilte heerschte over liet gewest. Toen lieten zich de zach-
Ie toonen van eenige waldhorens hooren, waarvan het
geluid als het ware over het meer henen gleed, en zich
met het gemurmel der golfjes vermengde.
De kinderen juichten van vreugde. De vader > nevens
hen op het dek zittende, verheugde zich zoowel over de
vreugde zijner lievelingen, als over deii schoonen avond-
stond.
Reeds kon het oog de verafgelegene voorwerpen , wegens
de donkerheid , niet meer onderscheiden. Het avondrood
verdween j enkele sterren traden met hleeken glans uit het
donkere gewelf ten voorschijn , die van tijd tot tijd van
andere achtervolgd werden, tot dat in het einde de gan-
sclie lucht met ontelbare sterren als bezaaid was.
De kinderen herinnerden zich thans , dat zij meermalen
gehoord hadden, dat de meeste van deze sterren zonnen wa-
ren , maar het scheen hun ongeloofelijk toe, dat die kleine
stippen gelijk zouden zijn aan dat groote ligchaam, hetwelk
zij zoo straks in zulk een' luisterrijken glans hadden zien
lichten.
Zij deelden hunnen vader hunne bedenking mede, hem
verzoekende, om hen deze zwarigheid op te helderen. Hij
herinnerde hen aan den grooten afstand der sterren, waar-
door haar licht verzwakt en hare grootte in onze oogen
verminderd werd.
Na de beantwoording van verscheidene andere vragen no-
pens de gesteldheid van het Heelal , als nu nog te hoog
voor hen, tot eenen anderen tijd verschoven te hebben,
oordeelde hy hun het volgende, als meer voor hunne be-
vatting berekend , te moeten mededeelen.
»Het