Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE OORLOG.
i5
ge kanonschoten op eenen kleinen afstand. Verschrikt ga-
ven zij hunne paarden de sporen en jaagden met den buit
weg."
» Na hun vertrek , dankten -wij allen God, dat het nog
niet erger geloopen was. Maar mijn vader was stil en mij-
ne moeder weende j beiden, vermoedelijk , bezorgd voor
het toekomende."
»Een aantal ruiters en voetknechten trokken dien gan-
schen dag voorbij , zonder dat iemand zich ophield; tot dat
er, tegen den avond, drie ruiters op onze hofstede kwa-
men en met woest geweld geld eischten."
»Mijn vader haastte zich naar buiten om hen te zeggen,
dat hij niets meer bezat, en verbood ons hem te volgen.
"Wij luisterden echter aan'de deur en hoorden eenen ver-
schrikkelijken woordenstrijd. Toen de twist zoo hoog liep'j
snelden wij, om mijnen lieven vader te helpen, ter deure
nit. Maar, o God! in dat oogenblik zwaaide een ruiter
de sabel boven hem en schold hem voor een^ hond, terwijl
een ander zijn geweer op hem afschoot, en wij zagen mij-
nen vader in zijn bloed wentelen,"
Bij deze woorden hield het knaapje op: tranen biggelden
over zijne wangen; al de toehoorders waren bewogen.
»Toen mijne moeder dit deerlijk ongeval zag,"' dus ver-
volgde hij na eene kleine tusschenpoos, » wierp zij zich op
het ligchaam van mijnen vader, en jammerde en schrei-
de , tot haar de stem begaf. In den waan, dat zij dood was,
viel ik aan hare zijde neder, en wenschte ook te sterven,"
» De ruiters waren oudertusschen in het huis gegaan ,
pakkende alles wat zij vonden en hen aanstond, bijéén.
Toen het reeds duister geworden was reden zij spoorslags
weg, zonder zich verder over ons te bekommeren."
»Ik