Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
i4 DE OORLOG.
met verbaasde schreden, in aftogt was. Met den uiter-
sten angst zagen wij den vlugtenden vijand te gemoet. Mijn
vader ging niet naar bed, ten einde om, wat er gebeuren
mögt, bij de hand te zijn.
»In den nanacht, nog voor het aanbreken van den da-
geraad, werd er met groot geweld op de deur geslagen.
Verschrikt wakker geworden, zag ik door het venster een'
hoop ruiters , op het punt om de deur open te loopen.
Maar mijn vader liet hen goedschiks binnen komen, want
zij waren te veel in getal, om ze af te weren, en vraagde
hen beleefdelijk, wat van hun verlangen was.
» Toen eischten zij al het geld, dat hij had. Eenigen
trokken de sabels, anderen spanden de pistolen tegen hem,
hem den dood dreigende , zoo hij zich nog één ©ogenblik
beraadde,"
j) Ik was onder de hand mede buiten de deur gekomen,
en bad mijnen vader hun toch maar alles te geven. Om
mij vrees aan te jagen , zwaaide een dier woestelingen ,
la gehende , zijne sabel over mijn hoofd; maar een ander,
die van het paard gestegen was, vatte mij vriendelijk bij
de kin, en zeide, dat ik geene vrees hebben moest. »Ik
heb geene vrees, antwoordde ik, »doe slechts mijn' vader
geen leed.'J
»Terwijl mijn vader in huis was, om geld te halen,
hielden zij mij en mijne moeder in hechtenis. Sommigen
etootten ijsseKjke woorden uit, dreigende ons mede te ne-
men of om het leven te brengen."
»Nu bragt mijn vader eene somme gelds, — hoeveel
weet ik niet, — en gaf het hun. Maar zij waren er niet
mede tevreden , en vloekten dat zij afstijgen en zelve
zoeken zouden. In dat zelfde oogenblik hoorde men eeni-
ge