Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE OORLOG. i13
»Ik kom uit den PaltSy alwaar mijn ongelukkige vader
zich van den landbouw geneerde. Wij hadden een net
huis, niet verre van de rivier, met eenen moestuin en eenen
kleinen wijnberg; wij hadden paarden en koeijAi, ja, alles
wat wij wenschten. Meermalen heb ik mijnen vader hooren
zeggen , onze buren zijn wel rijker , maar zekerlijk niet ge-
lukkiger dan wij , want wij zijn tevreden met hetgeen God
ons geeft, en begeeren niets meer, dan wij hebben."
»Dit wasvoor den oorlog, toen ons alles naar wensch
ging. Maar toen do onrustige krijg opdaagde, daagden
ook de zorgen mijner ouderen op. Meermalen hoorden wij
van gepleegde gruwelen, en dat men niemand, oud noch
jong, spaarde. Ook kwamen er vele vlugtelingen over dea
Jlyrij met het weinige, dat zij hadden kunnen bergen,
van tijd tot tijd tot ons over, wier treurige verhalen ons
met schrik en angst vervulden. Meer dan eens zagen wij
ontzettende teekens van brandende dorpen aan de lucht.
Met vrees gingen wij te bed, met zorgen stonden wij op;
^ant al de onheilen 9 waarv^an wij hoorden en die wij za*?
gen, hingen ons zeiven reeds boven het hoofd."
»Eindelijk trof de nood ook onze landstreek. Meerma»
len kwamen er soldaten bij on«, nu eens van ons eigen Ie*
ger, dan eens van het vijandelijke. Maar hetzij vrienden
of vijanden^ hierin waren zij eikanderen gelijk, dat wij
hun het eene of het andere geven moesten," Zij zeiden
wel: »de oorlog wordt om uwen wil, tot iiw welzijn ge-
voerd," maar met dat al, beroofden zij ons van alles,
wat wij bezaten; en na alles gegeven te hebben, hadden
wij er geenen dank voor."
»Op zekeren dag Iioorden wij sterk kanonneren, en te-
gen den avond hoorden wij; dat de vijand geslagen, en>
met