Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
I62 DE GEBROKEN WAGEN.
O... de jotige man lieeft mij zijne lotgevallen verhaald.
Zij zijn zeer treurig en -wonderbaar. Wat is de reden ge-
weest van zijne reis naar Duitschlaiid? vraagde saint-
lambert. Is hij geemigreerd ? Neenl maar hij behoort
tot eene familie van emigranten. Deze zoekt hij op. —
Weet hij hun verblijf? Hij hoopt hen hier in de nabij-
heid to vinden. — In dezen omtrek wonen geene emi-
granten , zoo veel ik weet. — En evenwel scbijnt hij van
zijne zaak volkomen zeker te zijn- Het zou zeer spijtig
zijn, als hij in zijne hoop te leur gesteld wierd. Hij ver*
langt zoo vurig, zoo kinderlijk om eenen vader weder te
zien , die hem voor eenige jaren in de stormen der om-
wenteling ontrukt is. — Heeft hij u zijnen naam niet ge-
noemd. — Hij heet.... zoo als uw zoon. — Toen saint-
liAMBERT dit hoorde zag hij zijnen vriend met strakke blik-
ken aan, en riep daarop uit: o dan is het mijn zoon! mijn
hart en uw gelaat zeggen mij, dat het mijn zoon is. —
Dit zeggende liep hij vooruit, maar bleet ecliIer wel-
dra wederstaan, en zeide: ben ik geen dwaas! heeft mij
het geluk niet dikwijls genoeg bedrogen? Zal ik mij nu
zeiven ook op zulk eene wreede wijze misleiden ?
Terwijl hij dit zeide trad de jonge man met zijne vrouw
aan den arm van achter eenen heuvel te voorschijn. De
jonge vrouw kuste de hand van haren schoonvader. Zij
was hem niet onbekend. Als kind was zij dikwijls in zijn
)mis geweest, en de herinnering aan hare gedaante zweef-
de nog voor zijnen geest, en vertoonde hem in de dochter
het beeld van zijnen vriend. Ook rosalïA en sofie ken-
den elkander. Schoon in jaren eenigzins verschillende,
hadden zij eikanderen toch ^in hare kindschheid gekend y
en