Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
I62 DE GEBROKEN WAGEN.
toen saipft-lambert hen zag, liep hij hen te gemoet/
uitroepende: weest welkom! Ik verblijde mij, dat gij uwe
belofte niet vergeten hebt, wij hebben dikwijls aan u ge-
dacht en gehoopt, dat gij spoedig terug zoudt komen. —
Hierop zeide de heer O... : uwe vriendelijke ontvangst
geeft mij moed om u terstond met een verzoek lastig te
vallen. Ik heb hier in de nabijheid kennis gemaakt met
eene beminnelijke familie, wiens wagen gebroken is. De
jonge vrouw met een kind op den arm is niet in staat om
ver te gaan , zij wenscht in de nabijheid van haren schrik
ie bedaren, en ik heb op mij genomen u om een verblijf
voor haar in uwe herbergzame woning te verzoeken. Zij
zullen mij welkom zijn, antwoordde hij, hoewel het mij,
om de waarheid te zeggen , aangenaam zou geweest zijn ,
deze kennis op een anderen tijd te maken, dan op den
dag van heden , die ik gaarne alleen met u had willen
doorbrengen. Ik meende, ging de heer O... voort, vrij-
heid te hebben de jonge lieden eene vriendelijke ontvangst
bij u te beloven , dewijl het uwe landslieden zijn , die
nog daarenboven gelijke lotgevallen , als gij , liebben moeten
verduren. Zoo zullen zij mij dubbeld welkom zijn, riep
hij, en nooit zal men kunnen zeggen; dat ik opgehou-
den heb een franschman te zijn , dewijl mijn ongeluk mij
genoodzaakt heeft den franschen bodem met eenen vreemden
te moeten verwisselen. Maar waar zijn uwe reizigers?
Hij antwoordde: zij zullen terstond hier zijn, maar wij
kunnen hen ook te gemoet gaan, als gij wilt. Rosalia
zal ook zeker met genoegen kennis met de jonge bemin-
nelijke vrouw maken.
Allen braken un zamen op. Onder -weg zeide de heer
O..-