Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
I62 DE GEBROKEN WAGEN.
Zij vervolgden hunnen -weg onder velerlei overdenkin-
gen over het zonderling gezelschap, waarmede zij den
nacht hadden doorgebragt. De zonderlinge dragt dezer
menschen, hunne morsigheid, hunne huiteugewone leven-
digheid, -waarmede zij echter niets uitvoerden, hun ge-
babbel en geschreeuw, en hunne geheel verwarde leef-
wijze waren het voorwerp hunner verwondering. Dat er
midden in Europa menschen waren , die zonder vast ver-
blijf of kostwinning, gedeeltelijk zonder deksel en grooten-
deels zonder wetten en godsdienst, in een zwervenden
toestand leefden , scheen zeker in meer dan een opzigt,
zeer zonderling.
De hoofdoorzaak van dit zeldzaam verschijnsel, zeide
de vader, is de neiging tot lediggang. De lediggang is
het hoogste goed van dit volk, en wanneer de onbeschaafde
mensch met deze neiging opgevoed Is, dan verdraagt hij
lie\er alle gebrek, nood en gevaar, die met zulk een on-
zeker aanwezen verbonden zijn, dan dat hij zich naar de
wetten van orde en eene regelmatige leefwijze schikken
zou. Ja dit bedelaars leven heeft zulk eene onweerstaan-
bare bekoorlijkheid, dat tot hiertoe alle pogingen, die
eenige edeldenkende menschen eu sommige staten hebben
aangewend, om dit volk eenen eigendom te bezorgen en het
aan de burgerlijke inrigtingen van andere natiën te ge-
wennen, volstrekt mislukt zijn. Ik herinner mij, zoo
ging hij voort, eene beschrijving van de leefwijze dezer
landloopers, die een spaansch dichter, wien de denkwijs
van dit volk zeer goed bekend was, een hunner in den
mond legt, en volgens welke deze in hunne oogen gelijk
staat met die der gouden eeuw. «Wij leven vrolijk en
vergenoegd, dit is zijne taal^ wij zijn heeren der velden
en