Boekgegevens
Titel: Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Auteur: Jacobs, Christian Friedrich Wilhelm; Meurs, Jacobus van; Veelwaard, D.
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1822
Tweede verm. dr
Opmerking: Oorspr. titel: Allwin und Theodor
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1922 H 24
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204232
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Verhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Alwin en Theodoor: of Geschenk van eenen vader aan zijne kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
HET AVOXTXJUR. 1S9
zwart eii mager; allen rootten, en de meesten waren met
Vodden bedekt, tnssclien welke men hier en daar een be-
ter maar steeds ongepast stuk , ontdekte. Een aantal
kinderen zwierf rond , de meeste in gescheurde hemden,
allen blootsvoets, en de kleineren geheel naakt; maar allen
sprongen, waren vroliik en boven alle beschrijving praat-
zuchtig. Toen de man en de vrouw bij hen kwamen,
werden zij van hunne Jandsliedeu en vrienden met groot
gedrnisch ontvangen, en toen zij ook de vreemdelingen
ontdekten, omringde hen weldra de geheels schaar en
verwelkomde hen met groote niouwsgierigheid. Weldra
verscheen ook de hoofdman , gaf den heer O... de hand, en
beloofde hem met eene komieke deftigheid zijne bescher-
ming. Deze man was lang en welgemaakt , zijne gelaats-
trekken waren sprekend , zijne oogen vurig en zijn zwart
haar bing op zijne schouders. Zijne klceding was een
zonderling mengelmoes. Onder een* rok van rood scharla-
ken, zat een vest, welks kleur niet meer kenbaar was,
met overblijfselen van zilveren passementen , en uit dit
vest kwam een grof, morsig hemd te voorschijn, zijne
broek was gemaakt van gestreepte trielje, en geleek meer
naar eenen zak, dan naar eene broek, en zijne bloolö
beeneu waren met ruime gele laarzen bedekt. Hij bez?ig
zich dikwijls met welbehagen , en als hij met anderen
sprak, stak hij zijn hoofd op en nam ecjï gebiedenden
toon aan. Eene hut van takken gevlochten , die in het
midden der weide stond, was zijn paleis, want hier bragt
hij den meesten tijd door op den grond zittende, ron-
kende en sprekende met eenige oude mannen, die rond-
om hem zaten, en iets beter dan de overigen, dat is
bout en avontuurlijk gekleed waren.
De